FOUNDATION MUSICK’S MONUMENT

Meincke & Pieter Meyer Project

Advertenties Forte Piano’s Lage Landen

Amsterdamsche Courant: 15 juli 1758

“HENDRIK BLATZ, Orgelmaker in de Baangragt, tusschen de Spiegel- en Reguliersgragt tot Amsterdam, presenteert uyt de hand te verkopen twee superbe Forte Piano, zynde Hamerwerk, met een extra-fraaye Toon en raare Uitvindingen.”

 

I - Hendrik Blatz /Bletz/ Blötz / Boets (ca. 1733–1777)

Van Amsterdams hamerwerk tot een orgel voor Curaçao: Hendrik Blotz (ca. 1733–1777)

Wie in achttiende-eeuwse archieven naar instrumentenmakers zoekt, komt soms één naam onder vele spellingen tegen. Zo ook bij een meester-orgelbouwer aan de Amsterdamse Baangracht, die voorkomt als Blatz, Blotz, Blots, Bletz en Boets. Door krantenadvertenties, ondertrouwregisters en notariële akten te koppelen, blijkt het om één man te gaan: Hendrik Blotz. 

Herkomst en huwelijk

Blotz werd omstreeks 1733 geboren in Wrisbergholzen. Op 5 april 1759 trouwde hij in Amsterdam met de 22-jarige Elisabeth Kammeyer. Hij woonde toen aan de Nieuwmarkt. [Zijn werkplaats lag volgens de advertentie van 1758 al aan de Baangracht, tussen Spiegel- en Reguliersgracht.]

Fortepiano’s (1758)

Op 15 juli 1758 verscheen in de Amsterdamsche Courant: 

“HENDRIK BLATZ, Orgelmaker in de Baangragt, tusschen de Spiegel- en Reguliersgragt tot Amsterdam, presenteert uyt de hand te verkopen twee superbe Forte Piano, zynde Hamerwerk, met een extra-fraaye Toon en raare Uitvindingen.”

Dit is de vroegst bekende vermelding van fortepiano’s in de Lage Landen.

Een orgel voor Curaçao (1764)

In oktober 1764 liet Blotz, hier Hendrik Blots genoemd, een groot pijporgel maken voor de Gereformeerde Kerk op Curaçao. Volgens een akte van notaris Salomon Dorper huurde hij de meester-knechts Fredrik Staat en Dirk Hibbeler in om het orgel per zeilschip, d’Vriendschap onder kapitein Roeloff Malmstroem, te vergezellen en ter plaatse op te bouwen. Zij kregen f 50 per maand, kost, drank en inwoning. 

In 1773 voerde de orgelmaker Hendrik Blötz werkzaamheden uit aan het historische Vater orgel Oude kerk Amsterdam. Dit paste in een reeks van achttiende-eeuwse restauraties en aanpassingen door diverse meesters, nadat het instrument in 1726 door Christian Vater was opgeleverd.

 

De laatste jaren

Op 18 maart 1776 liet Blotz bij notaris Nathanaël Wilthuysen onder ede getuigen vastleggen, onder wie zijn zwager Harmanus Kammeyer en een knecht, dat zijn vrouw Elisabeth al jaren veel dronk. Volgens deze verklaringen verkocht en verpandde zij heimelijk huisraad, kleding en materialen uit de werkplaats, en werd zij in dronken toestand op straat luidruchtig en agressief. De getuigen vonden dat zij ergens veilig moest worden ondergebracht. Het is een verklaring op verzoek van haar man; haar kant is niet overgeleverd.

De getuigen waarschuwden dat als zij niet snel op een veilige plek kon worden opgesloten, het voor haar man en kinderen volledig mis zou gaan.

De noodverkoop van het pand aan de Derde Weteringdwarsstraat (oktober 1776)

De ontwrichting van zijn gezin en de financiële schade lieten niet lang op zich wachten. Op 30 oktober 1776 blijkt uit een stadsakte van kwijtschelding dat Hendrik Blotz zijn eigen woning definitief moest verkopen.

Via zijn gemachtigde makelaar Abraham Vos Kinkwich droeg Blotz zijn "Huys en Erve" aan de Derde Weteringdwarsstraat No. 47 (aan de noordzijde tussen de Spiegelgracht en Weteringstraat) over aan Isaak Wouters voor een bedrag van 2.100 Hollandse guldens (waarvan 1.300 contant voldaan en 800 gulden als hypotheek bleef staan).

Het vroege einde (januari 1777)

Het huishoudelijke drama en de gedwongen verkoop van zijn bezit hebben zwaar gedrukt op de gezondheid van de meester-orgelbouwer. Lang heeft Hendrik Blotz niet meer geleefd na de overdracht van zijn huis. Op 3 januari 1777 – amper twee maanden na de verkoop – wordt Hendrik Blotz, mr. orgelmaker in de derde Weteringdwarsstraat, begraven. Hij werd slechts 43 jaar oud.

 

 

 

De levensloop van Hendrik Blotz (1733–1777), de instrumenten en alle archiefstukken

 

II - Andries Veltman, 1759. 

 

In 1759 liet "Weltman" de Parijse Académie een klavecimbel zien met zowel pennen (jacks) als hamermechaniek.

 

III - Johannes Lodewijk Dulcken, 1775

 

6 juli 1775: in de Gazette van Gent

 

Sieur Louis Dulcken van Antwerpen", oudste zoon van Daniël, een Steirt-stuk en een "Forte piano" van eigen werk, met een nieuwe uitvinding om de toon te verminderen en te versterken. 

Dat is vier jaar voordat Meijer in Amsterdam begint.

IV - Meincke & Pieter Meyer, 1779

Amst. Crt., den 10 Juny 1779.

MEINCKE MEYER, geweezene Compagnon van JOHANNES ZUMPI, beroemde Muziek-Instrumentenmaker tot Londen, neemt de vrijheid, lieden van Distinctie en verdere Kenners der Muziek te berigten, dat hy zig te Amsterdam gestabileerd heeft, in Compagnieschap met zyn Broeder PIETER MEYER, tot voortzetten van dezelfde Affaires, in ‘t maaken van allerhande soorten van FORTEPIANO INSTRUMENTEN, door hem veel verbeterd, en verre overtreffende alle andere tot nog toe bekend; zy verzoeken ieders Gunst en Recommandatie. Hunne Woonplaats is op de Kolk, op den hoek van de Voorburgwal, by de Brug, te Amsterdam.

De gebroeders Meincke en Pieter Meyer zijn vroege pianobouwers in Amsterdam van wie instrumenten bewaard zijn gebleven. Hun geboorte- en sterfjaar zijn niet bekend. Meincke heeft vóór 1779 in London gewerkt als compagnon van de beroemde uit Saksen afkomstige Johann Christoph Zumpe (1726–1790). Zumpe had daar in 1761 zijn eigen werkplaats opgezet. Dat bleek een schot in de roos te zijn geweest. Nadat de betere kringen in Londen het onbekende instrumentje hadden geaccepteerd, groeide de vraag dusdanig, dat er gesproken kan worden van een explosieve ontwikkeling. Zumpe kon meerdere medewerkers aantrekken, zoals Meincke Meijer. Twee piano’s, uit 1776 en 1778, herinneren aan hun samenwerking.
Ongetwijfeld zal Zumpe hebben geprobeerd zijn afzetgebied te vergroten, met name aan de Nederlanden. Meincke moet van de in Amsterdam groeiende vraag hebben geweten, want in 1779 maakte hij per advertentie bekend, dat hij zich in compagnieschap met zijn broer Pieter had gevestigd.

 

Bij de pianobouwers Meyer zijn duidelijk twee generaties te onderscheiden. De oudere generatie is ca 1735-1745 geboren. Hiertoe behoren:


I - Meincke Meyer


II - Pieter Meyer


III - Joachim Andreas Meyer ( Vader van Hilmer Meyer en Andreas)

 
IV - Hendrik Anthonie Meyer (1745 - † 1812)

 

Tot de jongere generatie (geboren na 1767) behoren:

V - Meincke Andries Meyer Meinecke (Michael) Andries (Andreas) Meyer (geboren: London 1767)


VI - Jan Lodewijk Meyer Jan (Johan) Lodewijk Meyer (geboren: London 1772) John Ludowyk Meyer - John Ludwich Meyer - John Ludwig Meyer - John Ludwich Meyer


VII - Hilmer Meyer Hilmar Meyer - geboren Hittfeld: Januar 1773 – gestorven: Amsterdam 20. August 1816)

 

VIII - Andreas Meyer geboren 15 oktober 1775 in Hittfeld bij Hamburg. Broer van Hilmer Meyer

 

Meyer, (Gebr.M.en P.) op ’t Rockin, ’t 4 de Huis van de Nauwe Capelsteeg, Piano Fortemakers.156

NAAMREGISTER
VAN ALLE DE

KOOPLIEDEN,

VOORNAAME 

HANDELDRYVENDE OF NEGOTIEDOENDE 

WINKELIERS EN FABRICANTEN 

DER STAD 

AMSTERDAM 

Met aanwijzing van dezelve Woonplaatzen; 

en waar in zy HANDELEN. 

Voor het Jaar 1801.

Zumpe volgde een opleiding bij Gottfried Silbermann. Zumpe was één van de Duitse makers van toetsinstrumenten die tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 tot 1763) naar Londen vluchtten. Hij werkte korte tijd voor Burkat Shudi, voordat hij in 1761 zijn eigen winkel ‘at the sign of the Golden Guittar’ opende in Princes Street, Hanover Square. Zumpe trouwde op 3 december 1760 met Elizabeth Beeston. In zijn testament uit 1784 staat zijn adres vermeld als Queen Charlotte Row in de parochie St. Mary-le-Bow..

Van 1769 tot 24 september 1778 werkte Zumpe samen met Gabriel Buntebart. Meincke Meyer voegde zich in 1778 bij Zumpe. Een jaar later op 10 juni 1779 maakt hij reclame in de Amsterdamse Courant voor zijn instrumenten. Wonende op de Kolk te Amsterdam.

 

Meincke & Pieter Meijer - “Pianoforte Fabrikeurs van hunne Majesteiten” 1809 - Casta Diva - Gretchen

Klik op de foto om de klank van de Meincke & Pieter Meijer piano 1808 te horen. Deze opname is gemaakt in het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam.

Meincke & Pieter Meyer "Pianoforte Fabrikeurs van hunne Majesteiten” 

Koninklijk Paleis Amsterdam - Meincke & Pieter Meyer 

 

"Pianoforte Fabrikeurs van hunne Majesteiten” = LOUIS BONAPARTE & HORTENSE DE BEAUHARNAIS, de eerste Koning & Koningin van Holland.

Het kasboek van de thesaurier-generaal in dienst van de koning vermeldt in maart 1809 de uitbetaling aan de gebroeders Meijer voor de levering van drie fortepiano’s, twee voor het Amsterdamse paleis ( somma 2.200) en één voor het ‘chateau de Zoestdijk’ (somma 450).

 

Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, Fragmentarchieven van het Civiele Huis van koning Lodewijk Napoleon, inventarisnummer G004-C-14.

Amsterdamsche Courant, 19/11/1808, p. 4

The Meyer brothers, piano-forte makers, have crafted a six-octave piano-forte for the palace—an instrument of the most exquisite beauty, which need not yield to any piano-forte from the finest manufactories. As His Majesty is highly satisfied with this work, he has seen fit to grant the aforementioned Meyer brothers the title of Royal Piano-Forte Makers.

 

Amsterdamsche Courant, 19.11.1808, S. 4

Die Gebrüder Meyer, Klavierbauer, haben für den Palast ein sechsoktaviges Klavier von vollendeter Schönheit gefertigt, das keinem Klavier der besten Manufakturen nachstehen muss. Da Seine Majestät mit dieser Manufaktur sehr zufrieden ist, hat er den Gebrüdern Meyer den Titel „Königliche Klavierbauer“ verliehen.

Amsterdamsche Courant, 19/11/1808, p. 4

De Gebroeders Meyer, Piano-Fortemakers, hebben voor het paleis een Piano-Forte van zes octaven, van de volmaaktste schoonheid, en dat voor geen Piano-Forte uit de beste Fabryken behoeft te wyke, vervaardigd. Daar Z. M. over deze Fabryk zeer te vreden is, heeft Hoogstdezelve, van gemelde Gebroeders Meyer, den titel van Koninklyke Piano-Fortemakers toegestaan.

Zwolle den 21 Juny 1792. 

De Gebroeders M. en P. MEYER, alom bekende Forte Piano Maakers, woonende te Amsterdam, laten hier mede aan alle Liefhebbers van hunne Forte Piano’s bekend maken, dat zy J.G. NICOLAI, Organist alhier te Zwolle, verzogt hebben, hun Commissionair van hunne Forte Piano’s voor alom hier in de Provincie Overyssel te willen zyn: Indien nu in ‘t vervolg iemand verkiezen mogt een Stuk te koopen, wordt dezelve hier mede verzogt, zig direct aan gemelden J.G. NICOLAI te addresseeren, zonder dat hij nodig heeft zig deswegens by hun te Amsterdam te melden, doordien niemand dezelve aldaar in ’t minste goedkooper zal kunnen hebben dan by meergemelden alhier in Zwolle. Tegenwoordig zyn te bekomen: een à f 300: een à f 260: en een à f 210 zonder Lessenaar. Indien’er zig Liefhebbers mogten vinden van Stukken tot meerderen of minderen prys, zo moeten dezelve extra besteld worden. Behalven de bovengemelde drie soorten van Stukken zyn ‘er zonder extra bestelde, nooit geene klaar. Uit naam van hun zal de meergemelde Commissionair wel voor hunne stukken willen repondeeren: indien’er dus iets aan komen zoude, dat aan onvolmaaktheid toe te schryven was, die addresseere zig direct door den van hun verzogten Commissionair aan hun: zy zullen den bezitter van het Instrument zoeken te vrede te stellen, dit hebben zy by hun verblyf alhier willen bekend maaken. Zwolle den 21 Juny 1792. 


MEINCKA en P. MEYER.

In 1792 werd  Johann Gottlieb Nicolai aangesteld tot commissionair van de Amsterdamse pianobouwers Meincke en Pieter Meijer.
De organist en componist Johann Gottlieb Nicolai werd in 1744 in het Duitse Münster geboren, maar woonde het grootste deel van zijn leven in Zwolle. Vanaf 1775 tot aan zijn overlijden in 1801 was hij stadsorganist van Zwolle van de Grote of Michaëlskerk. De dubbeluitgave van zijn A.B.C. pour le clavecin ou forte piano (een methode) en de 24 Sonates pour le clavecin sur les 24 tons de la musique (een bundel met 24 sonates en 22 preludes in 24 toonsoorten) verscheen vermoedelijk in 1790.

 

Nederlands schilderij uit 1813 van Willem Bartel van der Kooi (1768 – 1836) met een typische Meincke Meijer & Pieter Meijer tafel piano. (Het naambord en inleg fineer)

RIJKSMUSEUM

S. De VRIES en P. FRANK, Organisten te Leeuwarden, zich geassocieerd hebbenden in het Verkopen van Forte-Pianos, adverteren; dat zy thans ln staat zyn, voor de zelfde Pryzen te leveren, waar voor ze by de Makers Menke en Pieter Meyer te Amsterdam te bekomen zyn, de drie verschillende zoorten van FORTE PIANO'S; namentlyk, de Kleine, Middelzoort en Groote. Ook Continueert de laatstgemelde Organist, welke thans woont agter de Galileër Kerk, In het Huis van den overleden Lands Deurwaarder R. Voormeulen in het Verkopen en Verhuuren van CLAVECYN-STAARTSTUKKEN en CLAVECORDIUMS in zoorten, zowel Bandvrye als andere, voor civiele Pryzen.