De vereerde Jordaens behoorde toen nog immer tot de hervormde gezindheid. Trots het vorstelijk verbod was er, na het sluiten van den Munsterschen vrede, binnen de Scheldestad eene Calvinistische gemeente opgericht, onder den titel « de Brabantsche Olijfberg.» Jordaens werd een ijverig lid dezer kerk, in wier schoot zijne geliefde gade ook overleed op den 17n April 1659. Zijne dochter Anna Catharina moet insgelijks tot de hervormde gemeente hebben behoord ; want zij huwde den Jansenist " Heer en Meester Johan Wierts, Raedtsheer in den Raede van Brabant te 's Gravenhage.
Echter was het bestaan van den Olijfberg van 's Konings wege verboden en zoo leefden zijne leden wezentlik als eene " onderdrukte gemeente. " ' Zij, die van deze instelling deel maakten, hielden dit zorgvuldig geheim. Tot hunne godsdienstplechtigheden werden niet toegelaten, dan de personen, van wier oprechtheid in geloofszaken men overtuigd was. Zekere “ Hollandsche Mary, “ die, als dienstmeid, eenige der vergaderingen bijwoonde, viel der gezindheid af en ging, tot overmaat van ramp, haren intrek nemen bij den Heer Koor-Deken der hoofdkerk. Van dien stond dorsten de leden van den Olijfberg zich geene twee malen achtereen onder hetzelfde dak vereenigen. Ten jare 1671 nam Jordaens, met zijne dochter Elisabeth en zijne twee dienstmeiden deel aan het “ heilich en hoogwaerdich Avondtmael, “ dat ten huize van eenen zijner geloofsgenooten gehouden werd. Den 14n December 1674 stelde onze schilder, op beurt, de zalen van zijn heerlijk verblijf ter beschikking zijner vervolgde Calvijnschgezinde vrienden. Van dan af grepen er bij Jordaens nog ettelijke godsdienstige bijeenkomsten plaats, en op 16 Juni 1678 mocht hij er voor de laatste maal zijne poort voor ontsluiten. Den 18n October daarna was de beroemde kunstenaar aangetast door de verschrikkelijke “zweetende of Antwerpsche ziekte, “ en in dien nacht bezweek hij, te gelijk met zijne dochter Elisabeth. Beider stoffelijk overschot werd over de Hollandsche grens naar het protestantsch kerkje van Putte gevoerd, en daar begraven, onder eenen zerk, met dit gedenkschrift :
HIER LEET BEGRAVEN
IACQVES IORDAENS SCHILDER
BINNEN ANTWERPEN STERF DEN
18 OCTOBER A° 1678
ENDE
D'EERBAR CATHARINA VAN OORT
SYN HVYSVROUWE STERF DEN
17 APRIL A° MVI LIX
ENDE
JOVFr ELISABETH IORDAENS
HAERE DOCHTER STERF DEN
18 OCTOBER A° 1678
CHRISTUS IS DE HOPE
ONSER HEERLYCKHEYT
Ten jare 1794 werd het kerkje van Putte door de Franschen gesloopt, en daarbij Jordaens' zerk in drie stukken gebroken. In 1829 ontdekte de Antwerpsche koopman Frans Pauwelaert den geschonden grafsteen, waarvan de twee voornaamste stukken, onder puinen opgeraapt, derwijze werden samengevoegd, dat gansch het opschrift nog leesbaar bleef. Naar dien zerk werd een fac-simile gemaakt, dat ten jare 1833 in den Messager des sciences historiques verscheen met een artikel van den heer Norbert Cornelissen, die eenen oproep deed, om het grafteeken van onzen beroemden schilder te herstellen. Ons Staatsbestuur vroeg in 1844 aan de Nederlandsche Regeering oorlof om Jordaens' zerk te herstellen en hem te Putte een gedenkteeken op te richten; doch reeds het volgende jaar deed Koning Willem II den zerk bijeenvoegen en met een ijzeren hek omringen. Thans staat die zerk opgericht in een arduinen voetstuk met schraagbeelden, schildersgereedschappenen roemtakken, waarbovenJordaens in bronzen borstbeeld prijkt.
Achter in het voetstuk staat gebeiteld : “ Dit gedenkteeken, opgericht door eene commissie van Belgen en Nederlanders, ter nagedachtenis van J. Jordaens, A. van Stalbemt en G. de Pape, uit de bijdragen van het Antwerpsche Gemeentebestuur en van talrijke vrienden der kunst, werd onthuld den 22”Augustus 1877, tijdens de feesten binnen Antwerpen gevierd ter gelegenheid der 300e verjaring van Rubens' geboortedag. “

840
Vereering van Jordaens
Sij schelt haer rijmers luy, en vaddich door de sonden
Van veel ondanckbaerheit, en weynigheit van const.
Dies vat ick 't woort en schijn Poësi te beliven,
Niet naer 't haer wel gevalt, maer naer het heden past,
Sij bidt, dat ick haer vrint soud' met een woort geriven,
Mijn Heer JORDAENS aen U heeft sij mij dit belast.
Terwijl U heeft gelieft, uyt gonst tot dese camer,
Een onwaerdeerlijckheit van const te dragen op :
Noch nemmer eer en gaf aen haer iet aengenamer,
Dus singht sij uwen lof stets op PARNASSI top.
Sij sal, terwijl de Nijt sal op haer cneuckels bijten,
In d'andere eeuwen met onsterfelijck geschal
Uw naem en SCILDER-CONST bewaren van verslijten :
En schrijven op haer borst : JORDAENs bemint het al.
Toch laet uw goetheit niet verbelgen dit t'ontfangen
Slechts uyt gedachtenis, in't minsten niet gelijck
Aen uw verdiensten, neemt den goeden wil gevangen
Tot pant en vasten borch, dat vrintschap niet en wijckt.
Mijn Heer ! ist dat ons GODT door segen comt te geven,
Tot welstant onser Guld, iet wonderlijck en goet;
Daer sult gij, als ons vrint en eygenaer med' leven,
Bedancken duysentmael, dat gij ons Camer doet. "
De vereerde Jordaens behoorde toen nog immer tot de
hervormde gezindheid. Trots het vorstelijk verbod was er,
na het sluiten van den Munsterschen vrede, binnen de
Scheldestad eene Calvinistische gemeente opgericht, onder
den titel " de Brabantsche Olijfberg." Jordaens werd een
ijverig lid dezer kerk, in wier schoot zijne geliefde gade ook
overleed op den 17 April 1659. Zijne dochter Anna Catharina
moet insgelijks tot de hervormde gemeente hebben behoord ;
want zij huwde den Jansenist « Heer en Meester Johan Wierts,
Raedtsheer in den Raede van Brabant te 's Gravenhage. ‘
1 Deze geboren Antwerpenaar, die in 1640 aan de Leuvensche Hoogeschool studeerde,
werd later Kanselier en vervolgens President van denzelfden Raad van Brabant. Hij liet
als kinderen van Anna Catharina Jordaens na : Heer en Meester Joan Jacob Wierts, Lid
van den Raad en Rekenkamer Zijner Koninklijke Majesteit van Groot Bretanje in 's Gra-
venhage en Suzanna Catharina Wierts, die huwde, eerst met Heer en Meester Joan Andries
van der Meulen, Heer van Nieucoop, Raad van den Souvereinen Raad van Brabant en

Hij sterft plotselings
841
Echter was het bestaan van den Olijfberg van 's Konings wege
verboden en zoo leefden zijne leden wezentlik als eene
" onderdrukte gemeente. " ' Zij, die van deze instelling deel
maakten, hielden dit zorgvuldig geheim. Tot hunne gods-
dienstplechtigheden werden niet toegelaten, dan de personen,
van wier oprechtheid in geloofszaken men overtuigd was.
Zekere " Hollandsche Mary, " die, als dienstmeid, eenige der
vergaderingen bijwoonde, viel der gezindheid af en ging,
tot overmaat van ramp, haren intrek nemen bij den Heer
Koor-Deken der hoofdkerk. Van dien stond dorsten de leden
van den Olijfberg zich geene twee malen achtereen onder het-
zelfde dak vereenigen. Ten jare 1671 nam Jordaens, met zijne
dochter Elisabeth en zijne twee dienstmeiden deel aan het
" heilich en hoogwaerdich Avondtmael, " dat ten huize van
eenen züjner geloofsgenooten gehouden werd. Den 14n Decem-
ber 1674 stelde onze schilder, op beurt, de zalen van zijn
heerlijk verblijf ter beschikking zijner vervolgde Calvijnsch-
gezinde vrienden. Van dan af grepen er bij Jordaens nog ette-
lijke godsdienstige bijeenkomsten plaats, en op 16 Juni 1678
mocht hij er voor de laatste maal zijne poort voor ontsluiten.
Den 18n October daarna was de beroemde kunstenaar aange-
tast door de verschrikkelijke «zweetende of Antwerpsche
ziekte, » en in dien nacht bezweek hij, te gelijk met zijne doch-
ter Elisabeth. Beider stoffelijk overschot werd over de Hol-
Dijkgraaf derlanden van Vianen, en vervolgens met Heer Anthonis Slicher, Raad-Ordinaris
in den Hove van Holland, Zeeland en Vriesland. Deze eenige kleinkinderen van onzen
schilder werden dus lieden van rang en tevens zeer vermogend. Eerst op 7 Juli 1708
verkochten zij, te Antwerpen, het prachtig huis van hunnen moederlijken, grootvader, en
zijne merkwaardige verzameling van honderd en elf schilderijen, waaronder vier en
veertig van zijne eigene hand, werd maar op 22 Maart 1734 te 's Gravenhage geveild.
Gand, 1852, p. 215.

842
Grafzerk van Jordaens
landsche grens naar het protestantsch kerkje van Putte ge-
voerd, en daar begraven, onder eenen zerk, met dit ge-
denkschrift :
HIER LEET BEGRAVEN
IACQVES IORDAENS SCHILDER
BINNEN ANTWERPEN STERF DEN
18 OCTOBER A° 1678
ENDE
D'EERBAR CATHARINA VAN OORT
SYN HVYSVROUWE STERF DEN
17 APRIL A° MVI LIX
ENDE
JOVFr ELISABETH IORDAENS
HAERE DOCHTER STERF DEN
18 OCTOBER A° 1678
CHRISTUS IS DE HOPE
ONSER HEERLYCKHEYT
Ten jare 1794 werd het kerkje van Putte door de Franschen gesloopt, en daarbij
Jordaens' zerk in drie stukken gebroken. In 1829 ontdekte de Antwerpsche koopman
Frans Pauwelaert den geschonden grafsteen, waarvan de twee voornaamste stukken,
onder puinen opgeraapt, derwijze werden samengevoegd, dat gansch het opschrift nog
leesbaar bleef. Naar dien zerk werd een facsimile gemaakt, dat ten jare 1833 in den
Messager des sciences historiques verscheen met een artikel van den heer Norbert Cor-
nelissen, die eenen oproep deed, om het grafteeken van onzen beroemden schilder te
herstellen. Ons Staatsbestuur vroeg in 1844 aan de Nederlandsche Regeering oorlof om
Jordaens' zerk te herstellen en hem te Putte een gedenkteeken op te richten; doch reeds
het volgende jaar deed Koning Willem II den zerk bijeenvoegen en met een ijzeren hek
omringen. Thans staat die zerk opgericht in een arduinen voetstuk met schraagbeelden,
schildersgereedschappenen roemtakken, waarbovenJordaens in bronzen borstbeeld prijkt.
Achter in het voetstuk staat gebeiteld : " Dit gedenkteeken, opgericht door eene commis-
sie van Belgen en Nederlanders, ter nagedachtenis van J. Jordaens, A. van Stalbemt en
G. de Pape, uit de bijdragen van het Antwerpsche Gemeentebestuur en van talrijke
vrienden der kunst, werd onthuld den 22"Augustus 1877, tijdens de feesten binnen Ant-
werpen gevierd ter gelegenheid der 300e verjaring van Rubens' geboortedag. "


Foundation Musick's Monument