TOMASO & GUISEPPE GIORDANI & J.L. DULCKEN in AMSTERDAM




Archief Amsterdam
Archief Amsterdam
I - De Amsterdamse Schouwburg 1752
La Dame Rusée
Il Vedovo
J. CELOSI
La SERVA PADRONA

Amsterdamse courant 06-07-1752
In 1752 werd aan een Italiaans operagezelschap onder directie van Giordani toegestaan er opera's te geven.
In 1752, an Italian opera company under the direction of Giordani was granted permission to perform operas there.


Amsterdamse courant 01-04-1752
Amsterdamse courant 04-04-1752
Amsterdamse courant 06-07-1752
Amsterdamse courant 13-05-1752

Amsterdamse courant 02-05-1752
II - De Franse Schouwburg Amsterdam
Het grondstuk van de Rob/Prins van Oranje werd in delen verkocht. Een deel ging naar katoendrukkerij ‘De Drie Braamen’ en een deel werd gekocht door zeilmaker Ary Blankers, een man met torenhoge ambities die aan zijn zeilmakerij niet genoeg had. Hij trad daarnaast als scheepsmakelaar op en bouwde in 1752 op het grondstuk aan de Overtoomseweg een houten schouwburg, die hij in 1753 aan een Frans gezelschap verhuurde. De schouwburg werd daarom bekend als de ‘Franse Schouwburg’ maar heette eigenlijk ‘Blankenburg’. In de nacht van 12 op 13 augustus 1754 brandde de schouwburg alweer af en werd niet herbouwd.
The Rob/Prins van Oranje plot of land was sold in parts. One part went to the cotton printing company 'De Drie Braamen' and another part was bought by sailmaker Ary Blankers, a man with lofty ambitions who was not content with his sailmaking business. He also worked as a ship broker and, in 1752, built a wooden theatre on the plot of land on Overtoomseweg, which he rented out to a French troupe in 1753. This theatre became known as the 'French Theatre', but was actually called 'Blankenburg'. However, the theatre burned down again in the night of 12 on 13 August 1754 and was not rebuilt.


Archief Amsterdam
‘Franse Schouwburg’ maar heette eigenlijk ‘Blankenburg’

Archief Amsterdam
De Overtoomsevaart met in het verschiet de Luie Brug aan het begin van de Overtoom. Rechts de Franse Schouwburg, waar bezoekers met rijtuigen arriveren. De Franse Schouwburg was sinds 1752 gevestigd in huis Blankenburg aan Overtoom 295.
The Overtoomsevaart canal with the "Luie Bridge" at the beginning of Overtoom in the distance. On the right is the French Theatre, where visitors arrive by carriage. The French Theatre had been located in the Blankenburg house at Overtoom 295 since 1752.
III - De opera Staande Buyten de Utrechtse poort aan de Amstel bij de bergen Vaerders Kamer 1756-1758

Amsterdamse courant 26-06-1756
PERGULESI STABAT MARTOR
Amsterdamse courant 05-10-1756
AMSTERDAM- 1756 & 1758
Giuseppe Giordani trad met zijn Italiaanse troep uit Londen op achter de Bergenvaarderskamer beginnende op 24 juni 1756.
De operavoorstellingen duurden tot en met 15 september, waarna de troep nog een benefietconcert gaf op 6 oktober. In 1758 werd er weer gespeeld achter de Bergenvaarderskamer.
Giuseppe Giordani performed with his Italian troupe from London behind the Bergenvaarderskamer, beginning on 24 June 1756. The opera performances lasted until 15 September, after which the troupe gave a benefit concert on 6 October. In 1758, they performed again behind the Bergenvaarderskamer.



Archief Amsterdam
De Utrechtse Poort en de brug over de Singelgracht - 1723
De naam "Giuseppe" heeft zijn wortels in de Hebreeuwse taal, met name in de naam "Yosef." 'Yosef' is een bijbelse naam die 'God zal toevoegen' of 'toenemen' betekent. Deze naam is van groot belang in de bijbelse geschiedenis, omdat het de naam was van verschillende opmerkelijke figuren, waaronder de echtgenoot van Maria, de moeder van Jezus.
Guiseppe Giordani = Joseph Giordani
Amsterdam 1-11-1756
Requirant heeft geassisteert en geholpen met het maken van Schermen en ornamenten zullende dienen tot het Toneel Van de opera Staande Buyten de Utrechtse poort aan de Amstel bij de bergen Vaerders Kamer en dat wel Veertien dagen lang ten huyze en op order van Joseph Giordani (Guiseppe Giordani) Woonende op het Cingel by de Vyselstraat mitsgaders Vervolgens nog drie en twintig dagen in de voorn: opera zelve met het in order stellen van de voorn: Schermen en ornamenten en het toneel te prepareeren om te kunnen worden gespeeld dat hij getuyge ook heeft gezien en by gewoont dat door den requirant op order van den voorn Joseph Giordiani aan de voorn, opera zyn bezorgt en gelevert alle de gereedschappen die Tot het Toneel zyn gebruykt geworden tot dat dezelve met Spelen is uytgescheyden, dat hij getuyge ook heeft gehoord en den voorn: Joseph Giordani zelve te meermalen heeft hoor en bekennen dat hij met den requirant om nevens hem getuyge te assisteren op het Toneel in gem: opera was geaccordeert voor Ses Gulden aan den requirant en vyff guldens aan hen getuyge als knegt en dus te zamen elff guldens voor yder drie representatien

Archief Amsterdam

REMBRANDT - Gezicht over de Amstel naar de herberg Bergenvaarderskamer en omgeving, circa 1640 (1640-1641), papier, pen in bruin.
Geheel rechts op de tekening zien we de Bergenvaarderskamer. Dit was het gildehuis van kooplieden die stokvis uit Bergen (Noorwegen) importeerden.
REMBRANDT - View across the Amstel towards the Bergenvaarderskamer inn and surroundings, circa 1640 (1640-1641), paper, pen in brown.
On the far right of the drawing, we see the Bergenvaarderskamer. This was the guild house of merchants who imported stockfish from Bergen (Norway).

Links=Archief Amsterdam
Links van de Bergenvaarderskamer zien we een hoger huis en drie lage huisjes. En het is met name aan deze vier huisjes te danken dat wij nu weten waar de tekening gemaakt is.. Het hogere huis stond op de hoek van de Tolstraat en de Amsteldijk en is afgebroken in 1929. De twee huisjes links hebben er nog tot 1934 gestaan en het huisje naast het hogere huis, Amsteldijk nummer 70, heeft er zelfs nog tot 1962 gestaan.
To the left of the Bergenvaarderskamer, we see a taller house and three low houses. It is mainly thanks to these four houses that we now know where the drawing was made. The taller house stood on the corner of Tolstraat and Amsteldijk and was demolished in 1929. The two small houses on the left remained standing until 1934, and the small house next to the taller house, Amsteldijk number 70, remained standing until 1962.
Tommaso Giordani (ca. 1730–1806) – een biografisch overzicht
De auteur van de solo's – Tommaso Giordani – werd in 1730 of 1733 in Napels geboren. Hij kwam uit een familie van rondtrekkende zangers die komische opera's opvoerden.
Giordani zelf was echter componist en klavecimbelspeler, waarschijnlijk als lid van een orkest. Tussen 1745 en 1764 toerde het gezelschap onder leiding van zijn vader – Giuseppe Giordani (ca. 1695–1764) – door vele Europese landen, zoals Italië, Oostenrijk, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Engeland en Ierland. Op dat moment werd T. Giordani het beroemdste lid van de familie. Hij vestigde zich in 1764 in Groot-Brittannië en was tegelijkertijd actief in Londen en Dublin, waar hij vele artistieke seizoenen werkte als componist, dirigent, regisseur en manager van de koninklijke operahuizen – Smock Alley en Crow Street in Dublin en Haymarket en Drury Lane in Londen.
Hij verleende diverse diensten in alle stadstheaters. Naast deze activiteiten componeerde hij stukken voor amateurs en geschoolde musici die zich concentreerden rond Vauxhall Pleasure Gardens, het culturele centrum van Londen. In 1771 begon hij te werken voor de uitgeverij Longman & Broderip, waar hij tot ongeveer 1780 bleef publiceren. Zijn band met deze instelling was cruciaal voor het tot stand komen van de collectie Six Solos…, vooral omdat hij deze schreef voor de Engelse gitaar – een instrument dat op dat moment op het hoogtepunt van zijn populariteit stond en daardoor aanzienlijke winsten opleverde voor het bedrijf. In de zomer van 1783 keerde de componist terug naar Ierland, waar hij samen met de beroemde tenor Michael Leoni (ca. 1750–1797) het English Opera House opende. Ondanks het artistieke succes leidde het gebrek aan een vast publiek echter tot het faillissement van het theater. Om een inkomen te verzekeren, zag T. Giordani zich genoodzaakt de functie van organist aan te nemen in de St. Mary's Pro-Cathedral in Dublin, die hij tot 1798 bekleedde. Hij was niet alleen een gerespecteerd kunstenaar, maar ook een promotor van Ierse muziek, wat leidde tot zijn verkiezing tot voorzitter van het Irish Music Fund in 1794. Hij overleed in Dublin in zijn woning in Great Britain Street op 23 of 24 februari 1806.
Zijn begrafenis werd vermeld in het protocol van het Irish Music Fund van 24 februari 1806, waarin een opname van 5 guineas voor dit doel werd genoteerd. De volgende aankondiging verscheen op 25 februari in nummer 6257 van “The Dublin Evening Post”: Giordani, de beroemde componist, is uit het leven gestapt. Veel van zijn muzikale producties zijn van de eerste orde en zullen door elke perfecte kenner van de goddelijke wetenschap worden gekoesterd.

The following essay provides a concise biographical overview of Tommaso Giordani (c. 1730–1806).
The author of the solos, Tommaso Giordani, was born in Naples in 1730 or 1733. He hailed from a lineage of travelling singers who specialised in the performance of comic operas.
However, Giordani himself was a composer and harpsichord player, most likely as a member of an orchestra. Between 1745 and 1764, the company, under the leadership of Giuseppe Giordani (c. 1695–1764), toured numerous European countries, including Italy, Austria, Germany, the Netherlands, France, England and Ireland. Consequently, T. Giordani ascended to the status of the most renowned member of the family. He settled in Great Britain in 1764 and was active in both London and Dublin, where he worked for many artistic seasons as a composer, conductor, director and manager of the royal opera houses – Smock Alley and Crow Street in Dublin and Haymarket and Drury Lane in London.
He provided a variety of services in all the city theatres. In addition to these activities, he composed pieces for amateurs and trained musicians who gathered around Vauxhall Pleasure Gardens, the cultural centre of London. In 1771, he commenced employment at the publishing house Longman & Broderip, where he remained for a period of approximately ten years. The connection between the artist and the institution was pivotal in the genesis of the collection Six Solos..., particularly given the composition's creation for the English guitar, a popular instrument during that period, thereby generating substantial revenue for the company. In the summer of 1783, the composer returned to Ireland, where he opened the English Opera House together with the renowned tenor Michael Leoni (c. 1750–1797).
Despite its artistic success, the theatre's financial insolvency resulted from an absence of a regular audience. In order to secure an income, T. Giordani was obliged to assume the role of organist at St. Mary's Pro-Cathedral in Dublin, a position he held until 1798. Not only was he held in high esteem as an artist, but he was also a prominent proponent of Irish music, a fact that ultimately led to his selection as chairman of the Irish Music Fund in 1794. He passed away in Dublin at his residence on Great Britain Street on 23 or 24 February 1806.
His funeral was documented in the minutes of the Irish Music Fund of 24 February 1806, which recorded a deposit of 5 guineas for this purpose. The following announcement was published on 25 February in issue 6257 of The Dublin Evening Post: The distinguished composer Giordani has passed away. It is evident that a significant proportion of the musical compositions under scrutiny are of the highest order, and it is reasonable to hypothesise that they will be cherished by every connoisseur of divine science.
Foundation Musick's Monument





