Multimedia Art Productions

EE1CBF0B-C64B-455F-8286-E1A32C2D5242
Jean - Herman Faber
Portrait du cocher russe et le postillon du Prince Charles Joseph de Ligne
Portret van de Russische koetsier en de postiljon van prins Charles Joseph de Ligne


De koetsier van de tsarin: Hoe een Brussels schilderij de vriendschap tussen prins De Ligne en Catharina de Grote verraadt
Wie vandaag de dag het monumentale Kasteel van Belœil in Henegouwen bezoekt, stuit in de portretgalerij op een opmerkelijk werk van de Brusselse schilder Jean-Herman Faber (1734–1800). Geen gepoederde pruiken, geen strakke Franse uniformen en geen allegorische Griekse goden. In plaats daarvan kijken twee figuren met indringende blik de toeschouwer aan: een man met een volle, donkere baard en een jonge jongen, beiden getooid met de karakteristieke, hoge hoeden van het verre Rusland.
Dit schilderij toont de Russische koetsier en de postiljon van prins Charles-Joseph de Ligne (1735–1814). Achter dit sobere, zwart-witte canvas schuilt een van de meest glamoureuze en invloedrijke vriendschappen van de achttiende eeuw: de intieme band tussen een Zuid-Nederlandse kosmopoliet en de machtigste vrouw ter wereld, tsarin Catharina de Grote.

Een levend reissouvenir
Wanneer we naar het schilderij kijken, zien we de koetsier met een stevige lederen handschoen en een zweep in de hand. Naast hem houdt de jonge postiljon een gedraaid touw vast, klaar om de paarden te mennen. Voor prins De Ligne was dit schilderij niet zomaar een weergave van zijn personeel; het was een triomfantelijk reissouvenir en een statussymbool.
In de achttiende eeuw was het aan de Europese hoven een trend om buitenlandse bedienden in traditionele kledij te hullen om de internationale reikwijdte van de heer des huizes te etaleren. Maar de aanwezigheid van deze Russen op het Henegouwse platteland was geen gril van een rijke edelman. De prins had hen hoogstpersoonlijk meegenomen uit het Russische Rijk na een van de meest legendarische diplomatieke en militaire avonturen uit zijn leven.

De intellectuele vonk in Sint-Petersburg
De geschiedenis achter het schilderij begint in 1780, wanneer de Oostenrijkse keizer Jozef II de charmante en uiterst intelligente prins De Ligne op een diplomatieke missie naar Sint-Petersburg stuurt. De Ligne, destijds al bekend als de 'prins van Europa' vanwege zijn fabelachtige humor (esprit) en galante manieren, maakte direct diepe indruk op Catharina de Grote.
Hoewel De Ligne de reputatie had een onverbeterlijke hartendief te zijn, ontstond er tussen hem en de tsarin geen romantische affaire, maar iets wat in die tijd veel zeldzamer was: een diepe, intellectuele vriendschap gebaseerd op gelijkwaardigheid. Catharina, een fervent aanhanger van de Verlichting, vond in De Ligne de perfecte gesprekspartner. Hij werd opgenomen in haar
société intime, de selecte kring van vrienden die 's avonds in de besloten salons van de tsarin mochten filosoferen, lachen en roddelen.

De mythische Krimreis van 1787
De ultieme test – en het hoogtepunt – van hun vriendschap vond plaats in 1787. Catharina de Grote ondernam destijds haar historische triomftocht naar de pas veroverde Krim, een reis die georganiseerd werd door haar maarschalk (en ex-minnaar) Grigori Potjomkin.
Terwijl honderden edellieden en diplomaten de tsarin van een afstand volgden, was prins De Ligne een van de weinige uitverkorenen die daadwerkelijk
bij de tsarin in de reiskoets mocht zitten. Maandenlang hobbelde de prins over de Russische wegen, gezeten tegenover de keizerin van het reusachtige rijk. Het zijn de mannen op het schilderij van Faber die destijds vermoedelijk de paarden menden van de koninklijke colonne. Tijdens deze tocht spraken De Ligne en Catharina over de toekomst van Europa, literatuur en de inrichting van tuinen. De prins schreef hierover sprankelende, ironische brieven naar het thuisfront, waarin hij de pracht en praal (en de befaamde 'Potemkindorpen') voor altijd in de geschiedschrijving verankerde.

Van de salons naar het slagveld
Dat Catharina de prins niet alleen als gezelschapsdier zag, bleek kort daarna. Toen de Oostenrijks-Russisch-Turkse Oorlog (1787-1792) uitbrak, nam De Ligne als generaal dienst in het gecombineerde leger. Hij vocht dapper aan het Russische front en blonk uit tijdens het bloedige beleg van de Turkse vesting Otschakov.
Catharina was zo onder de indruk van zijn militaire moed dat ze hem benoemde tot Russisch veldmaarschalk – een ongekende eer voor een buitenlander – en hem bovendien een landgoed op de Krim schonk. Toen De Ligne uiteindelijk terugkeerde naar zijn geliefde Kasteel van Belœil, nam hij de Russische koetsier en postiljon met zich mee als een levende herinnering aan de vrouw die zijn leven had veranderd.

Een venster op een verloren wereld
Het schilderij van Jean-Herman Faber is daardoor veel meer dan een dubbelportret van twee anonieme bedienden. Het is een tastbaar bewijs van hoe dicht de Zuid-Nederlandse adel verweven was met het absolute machtscentrum van Europa. Elke keer dat prins De Ligne in Belœil langs dit schilderij liep, werd hij herinnerd aan de eindeloze berkenbossen van Rusland, het bulderen van de kanonnen bij Otschakov, en die ene bijzondere vrouw met wie hij de koets – en de geest – had gedeeld.


Portrait_du_prince_de_Ligne_par_Charles_Leclercq
prins De Ligne
Scherm­afbeelding 2026-07-13 om 13.14.00

Letterlijke tekst (Frans)
Charles Jph. Lamoral Prince de Ligne d'Amblise et du St. Empire. Comte Souverain de Fagnoles et d'Edelstettin, Grand d'Espagne, Chevalier de la toison d'Or, Comr. de l'ordre de Marie Therese, Feld Marechal, Colonel et proprietaire du regiment de son nom, &c. né en 1733 mort en 1814.
(Opmerking: "Jph." is de toenmalige afkorting voor Joseph. "Comr." staat voor Commandeur. Het ampersand-teken "&c." betekent et cetera).


Nederlandse vertaling
Charles Joseph Lamoral, Prins van Ligne, van Amblise en van het Heilige Rijk. Souverein Graaf van Fagnolles en van Edelstettin, Grande van Spanje, Ridder van het Gulden Vlies, Commandeur in de Orde van Maria Theresia, Veldmaarschalk, Kolonel en eigenaar van het regiment dat zijn naam draagt, enz. geboren in 1733, gestorven in 1814.

Grassi_-_Charles-Joseph_de_Ligne_-_Wallace_Collection_