
MIM – Brussels: Johannes Daniel Dulcken harpsichord with painting by Carolus Bigée


Herman Saftleven/Carolus Bigée
Inleiding
I • Het Geheim achter het Klavecimbeldeksel: Van Herman Saftlevens Rijnreisen naar de Dulcken-Dynastie
De Klank van een Landschap en het Geheugen van de Olijfbergkerk te Antwerpen
Wanneer we een historisch toetsinstrument bewonderen, kijken we naar meer dan een vernuftig staaltje ambacht. Achter de besnaring, het hout en de fijnzinnige beschilderingen gaan vaak diepe, menselijke geschiedenissen schuil. In de biografie van de legendarische klavecimbelbouwer Johann Daniel Dulcken proberen we elke stap te baseren op onomstotelijke feiten uit historische documenten — feiten die eveneens visueel worden vastgelegd in het filmproject Het 5 Generaties Dulcken Project. Stichting Musick’s Monument werkt aan een Dulcken-voorstelling bestaande uit een combinatie van “lezing, video en concert”.
Tot op heden is er nooit een diepgaande beschrijving gemaakt van de monumentale dekselbeschildering van Dulckens klavecimbel door de schilder Carolus Bigée. Hoewel het gilde-onderzoek naar Bigée in Antwerpen nog loopt — om te achterhalen of hij de opdracht rechtstreeks van Dulcken kreeg of dat het deksel in een later stadium is beschilderd — werpt recent archiefonderzoek wellicht een radicaal nieuw licht op de diepere betekenis van dit kunstwerk.
De sleutel tot dit geheim ligt in een herontdekt kerkelijk conflict in Antwerpen. In 1751 brak er een groot schandaal uit binnen de protestantse Olijfbergkerk, waar Johann Daniel Dulcken destijds ouderling was. De predikant, ds. Diepelius, had een buitenechtelijk kind verwekt bij zijn nicht en huishoudster. Nadat het kind kort na de geboorte overleed en de zaak geheim werd gehouden, raakte de kerkenraad in een diepe crisis. Dr. J.B. du Buy schreef hier al in 1960 over in zijn boek De Geschiedenis van den Brabandschen Olijfberg, maar hij wist destijds niet wie ouderling 'Dulken' nu werkelijk was. Du Buy haalde zijn informatie uit de brieven die bewaard worden in Het Utrechts Archief en het kerkboek van de Olijfbergkerk. Hij kende Dulckens specifieke theologische achtergrond niet: het feit dat diens grootvader Eberhard en vader Georg Ludwig gerespecteerde theologen waren, en zijn vader dominee was in Wingeshausen.
Als ouderling moest Dulcken, samen met deputaten en de hulp van ds. Anemaat uit het grensdorp Ossendrecht, de crisis bezweren. Uit de originele, bewaarde brieven en notulen in Het Utrechts Archief blijkt hoe Dulcken op 22 augustus 1751 persoonlijk het berouwvolle koppel wist te overtuigen om te trouwen, nadat Diepelius in Den Haag voor de synode onder censuur was gezet.
Dankzij theologische data van dr. Johannes Burkardt en grensverleggend genealogisch onderzoek door Ivo de Bruin (wiens echtgenote het Dulcken-DNA draagt), konden we de connectie leggen met het Midden-Rijndal. De reden waarom dominee Georg Ludwig Dülcken naar het dorp Weisel reisde om te trouwen, ligt volledig verankerd in de hechte en complexe familiebanden van de destijdse predikantenklasse (Pfarrerstand). Er was hier sprake van een dubbele familieband via de invloedrijke familie Lehr uit Bad Berleburg: de moeder van Georg Ludwig (Maria Lehr) en de vrouw van predikant Johann Jakob Schramm (Anna Catharina Lehr) waren namelijk zussen van elkaar.
We weten nu dat dominee Georg Ludwig Dülcken op 13 oktober 1704 in het dorp Weisel trouwde. Destijds was de theoloog Johann Jacob Schramm (* 9 maart 1645; † 1729) uit Berleburg daar predikant, een ambtgenoot van grootvader Eberhard. Voor Georg Ludwig bood het predikantenhuis in Weisel van zijn oom Johann Jakob Schramm een veilige, vertrouwde en invloedrijke thuishaven.
Hoewel de datum van het huwelijk in 1704 via latere gezinsboeken en secundaire bronnen vaststaat, stuiten genealogen bij de bruid, Johanna Margaretha, op een harde muur: zij is in geen enkel doopboek te vinden. Dit is de kern van het genealogische probleem, dat direct te herleiden is naar de historische chaos van die tijd.
Predikant Johann Jakob Schramm diende voor zijn komst naar Weisel in Girkhausen (Wittgenstein) en Weißel (Bacharach). Rond de vermoedelijke geboorteperiode van Johanna Margaretha (geschat tussen 1675 en 1686, vermoedelijk rond 1684) was de regio rond de Rijn en de Palts politiek uiterst instabiel door de legers van Lodewijk XIV (de Negenjarige Oorlog). Veel predikanten moesten vluchten, waardoor kinderen onderweg werden gedoopt en inschrijvingen in noodregisters terechtkwamen die de tand des tijds niet hebben doorstaan.
Daarnaast vertonen de registers van Girkhausen uit exact deze overgangsjaren grote gaten. We weten dit dankzij officiële inspecties van het Landeskirchliches Archiv der Evangelischen Kirche von Westfalen. Bij het digitaliseren op platforms zoals Archion werd de materiële schade pijnlijk zichtbaar: pagina's zijn door vocht, inktvraat en muizenvraat in de eeuwen daarna voor een groot deel fysiek vergaan of onleesbaar geworden. Bovendien begint het oudste bewaard gebleven doopboek van Girkhausen pas in 1680, waardoor de eerste zes jaar van Schramms ambtstermijn (1674–1680) administratief volledig verloren zijn gegaan. Omdat haar doopakte door deze historische en fysieke verwoestingen ontbreekt, is haar identiteit als dochter van Johann Jakob Schramm mogelijk – en dus de volle nicht van haar echtgenoot Georg Ludwig Dülcken – gereconstrueerd op basis van het sluitende netwerk van peetouders (Paten). Bij de opeenvolgende dopen van haar kinderen duiken telkens de meest prominente leden van de families Schramm en Lehr op.
Slechts één dag na het haastige huwelijk in het huis te Weisel zette de bevalling in, waarna het pasgeboren en uiterst zwakke zoontje Johann Daniel in aller ijl over de Rijn naar Sankt Goar werd gebracht. Het kind overleefde de vroeggeboorte en de barre tocht niet, overleed binnen een week en werd aldaar ohne Pomp (zonder ceremonie) begraven. Twee jaar later kreeg de latere klavecimbelbouwer in Wingeshausen exact dezelfde naam ter nagedachtenis. Toen deze overlevende Johann Daniel op 17 december 1733 in Sankt Goar in het huwelijk trad met Susanne Maria Knöpfel, stak hij zeer vermoedelijk bij Sankt Goarhausen exact diezelfde Rijnstroom over.
Wanneer we met deze harde feiten in de hand naar de beschildering van Carolus Bigée kijken, overstijgen we de traditionele kunsthistorische kwalificatie van een "willekeurig fantasielandschap". Ja, Bigée gebruikte een compositie van Herman Saftleven als blauwdruk, maar de gedocumenteerde geschiedenis van de familie Dulcken aan de Rijn — de opeenvolgende oversteken bij Sankt Goarhausen, het huwelijk van zijn ouders en zijn eigen huwelijk — vullen de details op het deksel in met een adembenemende, autobiografische lading die verder gaat dan een fantasielandschap met rivier.
II • Een artistieke ontdekkingstocht na de Vrede van Münster
Georg Ludwig Dülcken & Johanna Margareta


Eine Kopie der Taufurkunde von Johann Daniel, (*) 14. Oktober 1704, Sankt Goar
Met dank aan mevrouw Nagel. Moderator Archion Forum

"Op de avond van 14 oktober om 9 uur werd Johann Daniel, de zoon van de heer Georg
Ludwig Dülcken, thuis gedoopt. Peetvader was
de heer Luther Daniel Maul, de ziekenhuisdirecteur.
Dit gebeurde in allerijl, aangezien het kind
volgens de min erg verzwakt was.
Ze waren de dag ervoor
in Weissel getrouwd.
Het kind stierf binnen een
week en
werd zonder
ceremonie begraven".
De oversteek in de nacht (Sankt Goar, 1704)
Op de avond van 14 oktober 1704 bereikte een diepmenselijk drama zijn climax aan de voet van Schloss Rheinfels. Georg Ludwig Dülcken, een jonge theoloog uit Berleburg, was de dag ervoor — op 13 oktober — in aller ijl in het huis van de predikant in het Rijn-dorp Weisel getrouwd met zijn hoogzwangere partner Johanna Margaretha. Dit bliksemhuwelijk, voltrokken door zijn oom ds. Johann Jakob Schramm, moest een ambtelijk en sociaal schandaal binnen de predikantenklasse rond een buitenechtelijke geboorte voorkomen.
Kort na de huwelijksvoltrekking zette de bevalling in. Op 14 oktober omstreeks negen uur 's avonds werd hun zoontje Johann Daniel geboren. Omdat het kind uiterst zwak was en men vreesde voor zijn leven, werd er een wanhopig besluit genomen. Terwijl de moeder in Weisel haar kraambed niet mocht verlaten, werd met de doodzieke, pasgeboren baby de gevaarlijke, nachtelijke oversteek over de woelige Rijn gewaagd. Men zocht medische en geestelijke redding aan de overkant, in de grotere stad Sankt Goar. Daar, in de veilige ambtswoning van hospitaalsdirecteur (Hospitalmeister) Luther Daniel Maul, werd de stervende baby via een nooddoop in aller ijl in de christelijke gemeenschap opgenomen. Het kind overleefde de vroeggeboorte en de barre reis over het water echter niet; het stierf binnen een week en werd aldaar in alle stilte, ohne Pomp (zonder ceremonie), begraven. Twee jaar later zou hun volgende zoon in Wingeshausen exact dezelfde naam krijgen, om deze verloren eerstgeborene voor altijd te gedenken.
II • Een artistieke ontdekkingstocht na de Vrede van Münster
Johann Daniel Dülcken & Susanna Maria Knöpefell



SANKT GOAR - Heiratseintrag Johann Daniel Dülcken und Susanna Maria Knüpfelin
transcriptie Dr. Johannes Burkardt
Compleet
17. [Decem]ber * Sindt H[er]r Johann Daniel Dülcken, Kauff- u[nd] Handels=mann,
H[errn] Pfarrers Dül=
ckens zu Winches=hausen (sic!) in der Graffschafft Berlenburg
Ehel[icher] Sohn, u[nd] J[ung]fer
Susanna Maria Knüpfelin, des weyland H[errn] Johann Conrad Knüpfels
gewesenen proviant=Com[m]issarii u[nd] Stiffts=Kellers allhie,
nachgelasene Ehel[iche]
Tochter, copuliret u[nd] den 23 t[en] augusti hui[us] anni zum
I stenmal p[ro]clamiret word[en].
* Darunter Eintrag mit blasserer Tinte, aber von gleicher Hand: „16. hui[us] de infra. N[ota] B[ene].“
🇳🇱 Huwelijk van de koopman en handelaar Johann Daniel Dülcken, zoon van de predikant Dülcken zu Wingeshausen in het graafschap Berleburg, met Susanna Maria Knüpfelin, dochter van de overleden Proviant-Commissair en Stift-Kellner Johann Conrad Knüpfel, op 17 december 1733 (Voor de huwelijksinschrijving van 1733 staat er: Archiv der Evangelischen Kirche im Rheinland, Boppard, KB 149/1 (St. Goar ref.), p. 287.)

Carolus Bigée: Schilder van syne Conste
II • Een artistieke ontdekkingstocht na de Vrede van Münster

Vesting Rheinfels (Markering: Rechtsboven)
Dit is het kolossale kasteelcomplex op de heuvel aan de rechterkant van de prent, direct gemarkeerd met de hoofdletter A.
Kijk naar de rij huizen langs het water. Helemaal aan de rechterkant van de stad (vlak voordat de onbebouwde groene kasteelhelling begint) zie je de stadsmuur die vanuit het water omhoog loopt.
Precies waar die muur bij het water begint, staat een klein poortgebouw met een puntig torentje. Dat is de Hospitaltor.
Direct binnen (links van) deze stadsmuur en pal achter de Hospitaltor staat de noordelijke huizenrij van de stad.
Het langgerekte gebouw met het grote schilddak dat daar direct tegen de stadsmuur aan leunt (dus het allerlaatste grote gebouw van de stad aan de rechterkant, net onder de helling van de burcht), is het hospitaalcomplex van directeur Luther Daniel Maul.
• Eberhard von Dülcken (ca 1535 - † Maart 1617 Elverfeldt) - Wundarzt
• Johannes von Dülcken (1560 - † Maart 1603 ) - Arzt - evangelisch-reformiert
• Johannes Dülcken (JAN Dülcken) (Geburt: in: Solingen - Taufe, 3 Juli 1591 Elverfeldt † 12 Februari 1655 Elverfeldt) - Wundarzt, Rektor
Hoewel Georg Ludwig zelf de medische traditie van zijn familie had verruild voor de kansel en de muziek, droeg zijn achternaam in Elberfeld nog altijd een enorme geschiedenis met zich mee. Zijn grootvader Johannes en overgrootvader Johannes von Dülcken waren gerespecteerde chirurgen en artsen geweest in de stad. Zij waren de hoekstenen van de lokale gezondheidszorg.
Voor deze haastige en emotionele nooddoop zocht Georg Ludwig een peetvader die deze diepe wortels in de Elberfeldse gemeenschap begreep. Hij vond hem in de 41-jarige Luther Daniel Maul. Als Hospitalmeister(directeur) van het plaatselijke hospitaal was Maul de man die de zakelijke en organisatorische leiding had over de ziekenzorg in de stad. Hoewel hij zelf geen medicus was, kende hij de medische nalatenschap van de Dülckens door en door en deelde hij dezelfde hoge maatschappelijke status.
Dankzij deze nooddoop werd de jonge Daniel Dülcken niet alleen gered in de ogen van de kerk, maar werd er ook een prachtig historisch document gecreëerd. Het is aan deze specifieke, vriendschappelijke ontmoeting tussen de ziekenhuisdirecteur en de predikantenfamilie te danken dat de naam van Luther Daniel Maul tot op de dag van vandaag in de archieven bewaard is gebleven.
- Naam: Luther Daniel Maul
- Geboortejaar: 1663
- Beroep: Hospitalmeister (Directeur van een ziekenhuis/gasthuis)
- Huwelijk: Getrouwd in 1689 met Anna Constantina Matthai (op 26-jarige leeftijd)
- Kinderen: Twee zonen (waaronder Johann Daniel Maul)
- Broers/zussen: Ten minste 9 (o.a. Maria Magdalena, Maria Margaretha, Reinhard)
II • Een artistieke ontdekkingstocht na de Vrede van Münster

Foundation Musick's Monument