






Lefebure, Bigée, De Jonghe.
Sr. Carolus Bigée sonder kinderen, de vooris. Joa. Anna Lefebure te vorent wede. geweesen synde van d'Heer Carolus de Jonge licentiaet inde medicijnen, van den welcken sij behouden hadde eenen meerderjaerigen sone met naeme Arnoldus de Jonghe alreets overleden, ende welcken achtergelaeten heeft drij minderjaerige kinderen ende waer over momboir gestelt is Sr. Antonius Beelaerts, wordende desen staet alsoo opgemeeckt ten versoecke van voornd. Sr. Carolus Bigée rendant, om overgegeven te worden aen geseyden momboir ende voor d'Eerss: Heeren Weesmren deser Stadt geconclueert ende gesloten te worden, ende is in baete ende last als volgt,
Baete
In den eersten verclaert den rendt. op den 16. Augti 1738. opgenomen te hebben de penningen aldaen in het sterfhuijs bevonden ende het selve comporterende beloopende — ri t. (In de kantlijn: decretatur bij affirmatie)
Item heeft den rendant laeten schatten en taxeeren door de oude cleercoopers Fransois Verheijen ende Cornelis Potteuck alle syne meubiliaire effecten, cleederen ende lijnwaert, ende allent'gene ten sterffhuyse bevonden bedraegende volgens den boeck van geswooren Schrijver jac: De Portere ler fo: van — 557 . 0 . 2/2. (In de kantlijn: taxt volgens billet van d'gwoornen schryver, 2 . 19 . 2 #)
Erffgoederen door joa. Clara Peeters beggyntien gelaeten aen Overledene
In den eersten een huijs groot ende toebehoorten gestaen inde Steenstraet bij de groote Marckt genaemt het gulden muyltien, het huijs hier maelslot ter eenre, ende het gene van Andries Smeijers ter andere zijden vrij ende onbelast van chijnsen, Het selven huijs is verhuert aen Sommer ten advenante van 48. gls en heeft betaelt tot kersmisse 1737 behoudens noch thien permissie schellingen op cortinge, dus hier voor de Rate van tijde tot 16. Augti. — 27 . 11 . 0.
Item seker huijs gestaen alhier de kalle alhier het gene van S.r Gommarts ler eenre, ende het hoeckhuijs ter andere seijde, belast met eenen chijns van twee guls s'jaers aen dese Stadt ende voorts met het voorgaende huijs belast met eene Rente van 500. guls aen Sanck van f. . peeters-kercke alhier sonder meer. Dit huijs is verhuert aen ..................... len advenante van 30. gls s'jaers en heeft betaelt tot half meert lestleden dus hier tot 16. Augti — ij . 16 . 2/2. (In de kantlijn: Den contradicent sustineert den rend. niet gemachtigt geweest te syn desen pandt te belasten)
[Pagina 113]
Erffgoedt geconquiesteert door den rendant met syne overledene Huijsvwre
Een huijs met eene baracke daer aen gelegen groot ende toebehoorten gestaen inde Steen Straete alhier bijde koijstraete d'erfve bewoont wordende bij J. Van Turenhout ler j. ende het gene genaemt het guldse muntien ter andere zijde, wesende vrij en onbelast, Het vooris. huijs is verhuert aen . . . Gerard ten advenante van 34: gls ende heeft betaelt tot j. jan 1738 dus hier tot 16. Augti 1738 — 4.19.2/2.
Item de Baracke is verhuert aen ................ len advenante van derthien guls S'jaers ende is belast tot 12. july 1738, dus hier voor de voordere Rate tot 16. Augti. 1738 — 1.4.2.
Somma totalis van de geheele Baete beloopt — 605 . 11 ft . 2 . dad.
Lasten tegens de vooris. Baete
In den eersten is dit Sterfhuyis schuldig eene obligatie van hondert guls Wiss. aen f. . Cuijckens doende in curt. — 116 . 13 . 2/2. (In de kantlijn: bij afirm.)
Item her Carolus Van haeckt over restant van gelevert bier — 4 . 10 . 0. (In de kantlijn: bij billet)
Item aen N: Engels over geleverde verwe . . . 5. 19. 2/2.
Item aen F: J: Sales metser over arbeijts Loon v. par rest — 69 . 12. 0. (In de kantlijn: bij specificatie, V. par 2.0)
Item aen S.r Bielaers over reparatien inde huijsen — 84 . 3 . 0. (In de kantlijn: 3.0)
Item aen S.r Scheppers over gelevert bier . . . . 8 . 14 . 0.
Item aen albertus Scheffers over geleverde perucken ende accommoderen der selve — 24 . 15 . 0.
Item aen j. Cauthals over gelevert bier . . . i3 . 8 . 0.
Item aen Rombaut Pauwels over gelevert goudt — 4 . 10 . 0.
Item aen G: F: Smeto metser over reparatien inde huijse — 4 . 15 . 2/2. (In de kantlijn: bij Specif. ende billetten)
Item aen jo. De wede. jacobus Scheppers over gelevert bier par rest — i9 . 3 . 3.
Item aen Wauter Geerts over geleverde hoille — 8 . 15 . 0.
Item aen jacobus Lauwereijs over eene silvere doose — 8 . i4 . 0.
Item aen S.r F: Verhaegen over door hem voor den rendant geteeckent te hebben — . i4 . 0.
Item aen S.r Peeter Van Volsem over gelevert wasch tot de begraevenisse . . . . . . . . . . . . . 30 . 0.
Item aen jan Verhuijck timmerman over arbeijts loon — 6 . 12 . 0.
Item aen jo. De wede. Lefebure over gelevert laecken — 39 . 16 . 1/2.
Item aen S.r Henr: jac: Parduijns over gelevert laecken par rest — 5 . i9 . 3/4.
Item aen dese Stadt over twee jaeren Chijns — 4 . 0 . 0.
Item aen Guilliam Van den Bergh over gecocht laeken — 23 . 13 . 1/2. (In de kantlijn: bij billetten, wh.)
Item aen Gaspar Smets over fagoen — 8 . 6 . 0.
Item aen Fransois nieuw kercke over een broeck &c. — 4 . 14 . 0.
Item aen jo Stakelmans over eenen Kist . . . 4 . i3 . 0.
Item aen S: Bielaers over arbeijts loon . . . . 2 . 5 . 0.
Item aen S.r Lowen over geleverde neusdoecken &c. par rest — 2 . 16 . 0.
Item aen Potteuck over een Schutoet . . . . . . 2 . 13 . 3/4.
Item aen . . . . . . . . . . Cop tot niels de fo. van — 3 . 10 . 0.
Item aen frederic Cop . . . . . . . . . . . . . 6 . 4 . 1/2.
Item aen Sanck van f. . Peeters over den intrest van Rente van 500 gls — i4 . ii . 3/4.
Item aen Guilliam Van Reet de fo. van . . . 15 . 2 . 1/2. (In de kantlijn: bij billetten)
Item aen d'Heer Peijmans over restant van geleverden wijn — 21 . 2 . 0.
Item comt aen nots Le Clercq voor het formeren van desen staet gros 9 . fol — 2 . 14 . 0. (In de kantlijn: als ordinarij)
Item voor den segel — 0 . 4 . 0.
Item voor Vacatie in 't touleren daer . . . . . 0 . 12 . 0.
Ende aen d'Eerss: Heeren Weesmren voor hunne Vacatie — 2 . 8 . 0.
Item aen h. Greffier voor het enregistreren deser — 2 . 14 . 0.
Item aen dar cnaep deser weescamer - - - - - - 0 . 6 . 0.
——————————————————————————————— 0 . 4 . 0.
Item voor eenen beed
Modern Nederlands
[Inleiding] Lefebure, Bigée, De Jonghe.
De heer Carolus Bigée, die geen kinderen heeft, is de weduwnaar van de eerder genoemde juffrouw Anna Lefebure. Zij was daarvoor de weduwe van de heer Carolus de Jonghe, licentiaat in de geneeskunde. Bij deze eerste echtgenoot had zij een meerderjarige zoon gekregen, genaamd Arnoldus de Jonghe. Arnoldus is inmiddels overleden en heeft drie minderjarige kinderen achtergelaten, voor wie de heer Antonius Beelaerts als voogd (momboor) is aangesteld. Deze boedelbeschrijving (staat van goed) wordt opgemaakt op verzoek van de genoemde heer Carolus Bigée, in zijn rol als rekenplichtige (rendant). De beschrijving is bedoeld om aan de voogd te worden overhandigd en te worden bekrachtigd en afgesloten ten overstaan van de weesmeesters van deze stad. De bezittingen (baten) en schulden (lasten) luiden als volgt:
Baten (Bezittingen)
Contant geld: Ten eerste verklaart de rekenplichtige dat hij op 16 augustus 1738 het aanwezige contante geld in het sterfhuis heeft opgenomen. Dit bedrag is bevestigd onder ede (kanttekening) en bedraagt 2 gulden, 19 stuivers en 2 oorden.
Inboedel: Daarnaast heeft de rekenplichtige de volledige inboedel, kleding en het linnengoed laten schatten en taxeren door de beëdigde oud-kleerkopers François Verheijen en Cornelis Potteuck. Alles wat in het sterfhuis is aangetroffen, bedraagt volgens het boek van de beëdigde schrijver Jacques De Portere een waarde van 557 gulden, 0 stuivers en 2 oorden.
Erfenis van Clara Peeters: Ten eerste een groot huis met toebehoren, gelegen in de Steenstraat bij de Grote Markt, genaamd het 'gulden muyltien'. Dit huis grenst aan de ene kant aan Maelslot en aan de andere kant aan de eigendom van Andries Smeijers. Het is vrij van cijns (grondbelasting). Het huis is verhuurd aan de heer Sommer voor 48 gulden per jaar. Hij heeft de huur betaald tot Kerstmis 1737, met aftrek van tien 'permissie-schellingen'. De huur over de resterende periode tot 16 augustus bedraagt 27 gulden, 11 stuivers en 0 oorden.
Tweede pand: Een zeker huis gelegen aan de 'Kalle' alhier, grenzend aan de eigendom van de heer Gommarts aan de ene kant en aan het hoekhuis aan de andere kant. Dit pand is belast met een grondcijns van 2 gulden per jaar aan de stad, en is (samen met het voorgaande huis) belast met een hypotheek (rente) van 500 gulden ten behoeve van het zangkoor van de Sint-Pieterskerk alhier. Dit huis is verhuurd en de opgelopen huur tot 16 augustus bedraagt 11 gulden, 16 stuivers en 2 oorden. (Kanttekening: De tegenpartij bestrijdt dit en stelt dat de rekenplichtige niet bevoegd was om dit pand te belasten).
Gezamenlijk bezit: Een huis met een bijbehorende barak, gelegen in de Steenstraat alhier bij de Kooistraat. Het erf wordt bewoond door J. van Turenhout aan de ene kant, en grenst aan 'Het Gulden Muilje' aan de andere kant. Het is vrij en onbelast. Het huis is verhuurd aan de heer Gerard voor 34 gulden per jaar en is betaald tot 1 januari 1738. De huur tot 16 augustus 1738 bedraagt 4 gulden, 19 stuivers en 2 oorden. De barak is apart verhuurd voor 13 gulden per jaar en de huur is betaald tot 12 juli 1738; de resterende huur tot 16 augustus 1738 bedraagt 1 gulden, 4 stuivers en 2 oorden.
Lasten (Schulden en Kosten) Het sterfhuis is de volgende bedragen verschuldigd:
Aan de heer Cuijckens: een lening (obligatie) van 100 gulden wisselgeld, wat in courant geld neerkomt op 116 gulden, 13 stuivers en 2 oorden.
Aan de heer Carolus van Haeckt: wegens openstaande rekeningen voor geleverd bier: 4 gulden, 10 stuivers.
Aan N. Engels: voor geleverde verf: 5 gulden, 19 stuivers en 2 oorden.
Aan de heer J. Sales (metselaar): voor openstaand arbeidsloon: 69 gulden, 12 stuivers.
Aan de heer Bielaers: voor reparaties aan de huizen: 84 gulden, 3 stuivers.
Aan de heer Scheppers: voor geleverd bier: 8 gulden, 14 stuivers.
Aan Albertus Scheffers: voor de levering en het onderhoud van pruiken: 24 gulden, 15 stuivers.
Aan J. Cauthals: voor geleverd bier: 13 gulden, 8 stuivers.
Aan Rombaut Pauwels: voor geleverd goud/goudsmidswerk: 4 gulden, 10 stuivers.
Aan G.F. Smeto (metselaar): voor reparaties aan het huis: 4 gulden, 15 stuivers en 2 oorden.
Aan de weduwe van Jacobus Scheppers: voor de rest van een bierlevering: 19 gulden, 3 stuivers en 3 oorden.
Aan Wauter Geerts: voor geleverde olie (hoille): 8 gulden, 15 stuivers.
Aan Jacobus Lauwereijs: voor een zilveren doos: 8 gulden, 14 stuivers.
Aan de heer F. Verhaegen: wegens administratieve handelingen (het tekenen in naam van de rekenplichtige): 14 stuivers.
Aan de heer Peeter van Volsem: voor geleverd was (voor kaarsen) ten behoeve van de begrafenis: 30 gulden.
Aan Jan Verhuijck (timmerman): voor arbeidsloon: 6 gulden, 12 stuivers.
Aan de weduwe Lefebure: voor geleverd laken (stof): 39 gulden, 16 stuivers en 1 oord.
Aan de heer Henr. Jac. Parduijns: voor het restant van geleverd laken: 5 gulden, 19 stuivers en 3 oorden.
Aan de Stad: voor twee jaar grondbelasting (chijns): 4 gulden.
Aan Guilliam van den Bergh: voor gekocht laken: 23 gulden, 13 stuivers en 1 oord.
Aan Gaspar Smets: voor takkenbossen/brandhout (fagoen): 8 gulden, 6 stuivers.
Aan Francois Nieuwkercke: voor een broek enz.: 4 gulden, 14 stuivers.
Aan juffrouw Stakelmans: voor een kist: 4 gulden, 13 stuivers.
Aan S. Bielaers: voor arbeidsloon: 2 gulden, 5 stuivers.
Aan de heer Lowen: voor het restant van geleverde neusdoeken enz.: 2 gulden, 16 stuivers.
Aan Cornelis Potteuck: voor een schotel/gereedschap: 2 gulden, 13 stuivers en 3 oorden.
Aan [...] Cop te Niel: een bedrag van 3 gulden, 10 stuivers.
Aan Frederic Cop: 6 gulden, 4 stuivers en 1 oord.
Aan het zangkoor van de Sint-Pieterskerk: voor de rente op de lening van 500 gulden: 14 gulden, 11 stuivers en 3 oorden.
Aan Guilliam van Reet: een bedrag van 15 gulden, 2 stuivers en 1 oord.
Aan de heer Peijmans: voor het restant van geleverde wijn: 21 gulden, 2 stuivers.
Aan notaris Le Clercq: voor het opmaken en uitschrijven van deze boedelbeschrijving (9 bladzijden in het groot): 2 gulden, 14 stuivers.
Voor het officiële zegel: 4 stuivers.
Voor het vacatiegeld (tijdvergoeding) bij het controleren/bijeenbrengen van de stukken: 12 stuivers.
Aan de weesmeesters zelf voor hun aanwezigheid en vergoeding: 2 gulden, 8 stuivers.
Aan de griffier voor het officieel registreren van dit document: 2 gulden, 14 stuivers.
Aan de weesknaap (bode van de weeskamer): 6 stuivers.
Voor de eedaflegging: 4 stuivers.
[Introduction] Lefebure, Bigée, De Jonghe.
Mr. Carolus Bigée, who has no children, is the widower of the previously mentioned Miss Anna Lefebure. She was formerly the widow of Mr. Carolus de Jonghe, a licentiate in medicine. With her first husband, she had an adult son named Arnoldus de Jonghe. Arnoldus has since passed away and left behind three minor children, for whom Mr. Antonius Beelaerts has been appointed guardian. This inventory of the estate (state of affairs) is drawn up at the request of the aforementioned Mr. Carolus Bigée, in his capacity as the accounting party (render of accounts). It is intended to be handed over to the said guardian and to be finalized and closed before the Honorable Masters of the Orphans' Chamber of this city. The assets and liabilities are as follows:
Assets
Cash on hand: Firstly, the accounting party declares that on August 16, 1738, he took custody of the cash found in the deceased's house. This amount has been verified under oath (marginal note) and totals 2 guilders, 19 stivers, and 2 oords.
Household contents: Furthermore, the accounting party had all the household effects, clothing, and linens appraised and valued by the sworn old-clothes merchants François Verheijen and Cornelis Potteuck. Everything found in the estate amounts to a value of 557 guilders, 0 stivers, and 2 oords, according to the book of the sworn clerk Jacques De Portere.
Inheritance from Clara Peeters: Firstly, a large house and its appurtenances located in the Steenstraat near the Great Market, named the 'gulden muyltien'. This house is bordered on one side by Maelslot and on the other by the property of Andries Smeijers. It is free from ground rent. The house is rented to Mr. Sommer for 48 guilders per year. He has paid rent until Christmas 1737, subject to a deduction of ten 'permission shillings'. The rent proportional to the time up to August 16 amounts to 27 guilders, 11 stivers, and 0 oords.
Second property: A certain house located at the 'Kalle' here, next to the property of Mr. Gommarts on one side and the corner house on the other side. This property is subject to a ground rent of 2 guilders per year paid to this city, and is furthermore (along with the preceding house) encumbered with a mortgage (rent) of 500 guilders to the choir of St. Peter's Church here. This house is rented out, and the accrued rent up to August 16 amounts to 11 guilders, 16 stivers, and 2 oords. (Marginal note: The opposing party argues that the accounting party was not authorized to encumber this property).
Jointly acquired property: A house with an adjacent shack located in the Steenstraat here near the Kooistraat. The property is occupied by J. van Turenhout on one side and borders 'Het Gulden Muntje' on the other side, being free and unencumbered. The aforementioned house is rented to Mr. Gerard at a rate of 34 guilders per year and has been paid up to January 1, 1738. The rent up to August 16, 1738, amounts to 4 guilders, 19 stivers, and 2 oords. The shack is rented out at a rate of 13 guilders per year and is paid up to July 12, 1738; the further rent up to August 16, 1738, amounts to 1 guilder, 4 stivers, and 2 oords.
Liabilities (Debts and Expenses) Firstly, this estate owes the following amounts:
To Mr. Cuijckens: a bond (obligation) of 100 exchange guilders, which equals 116 guilders, 13 stivers, and 2 oords in current money.
To Mr. Carolus van Haeckt: for the remainder of delivered beer: 4 guilders, 10 stivers.
To N. Engels: for delivered paint: 5 guilders, 19 stivers, and 2 oords.
To Mr. J. Sales (mason): for remaining labor wages: 69 guilders, 12 stivers.
To Mr. Bielaers: for repairs made to the houses: 84 guilders, 3 stivers.
To Mr. Scheppers: for delivered beer: 8 guilders, 14 stivers.
To Albertus Scheffers: for delivered wigs and the maintenance thereof: 24 guilders, 15 stivers.
To J. Cauthals: for delivered beer: 13 guilders, 8 stivers.
To Rombaut Pauwels: for delivered gold/goldsmith work: 4 guilders, 10 stivers.
To G.F. Smeto (mason): for repairs to the house: 4 guilders, 15 stivers, and 2 oords.
To the widow of Jacobus Scheppers: for the remainder of delivered beer: 19 guilders, 3 stivers, and 3 oords.
To Wauter Geerts: for delivered oil: 8 guilders, 15 stivers.
To Jacobus Lauwereijs: for a silver box: 8 guilders, 14 stivers.
To Mr. F. Verhaegen: for signing documents on behalf of the accounting party: 14 stivers.
To Mr. Peeter van Volsem: for wax provided for the funeral: 30 guilders.
To Jan Verhuijck (carpenter): for labor wages: 6 guilders, 12 stivers.
To the widow Lefebure: for delivered cloth (fabric): 39 guilders, 16 stivers, and 1 oord.
To Mr. Henr. Jac. Parduijns: for the remainder of delivered cloth: 5 guilders, 19 stivers, and 3 oords.
To this City: for two years of ground rent (chijns): 4 guilders.
To Guilliam van den Bergh: for purchased cloth: 23 guilders, 13 stivers, and 1 oord.
To Gaspar Smets: for firewood/fagots: 8 guilders, 6 stivers.
To Francois Nieuwkercke: for a pair of trousers etc.: 4 guilders, 14 stivers.
To Miss Stakelmans: for a chest: 4 guilders, 13 stivers.
To S. Bielaers: for labor wages: 2 guilders, 5 stivers.
To Mr. Lowen: for the remainder of delivered handkerchiefs etc.: 2 guilders, 16 stivers.
To Cornelis Potteuck: for a platter/tools: 2 guilders, 13 stivers, and 3 oords.
To [...] Cop in Niel: the sum of 3 guilders, 10 stivers.
To Frederic Cop: 6 guilders, 4 stivers, and 1 oord.
To the choir of St. Peter's Church: for interest on the 500 guilders mortgage: 14 guilders, 11 stivers, and 3 oords.
To Guilliam van Reet: the sum of 15 guilders, 2 stivers, and 1 oord.
To Mr. Peijmans: for the remainder of delivered wine: 21 guilders, 2 stivers.
To notary Le Clercq: for drawing up this inventory (9 large pages): 2 guilders, 14 stivers.
For the official tax stamp: 4 stivers.
For the court session fee (vacatie) regarding the compilation of the documents: 12 stivers.
To the Honorable Masters of the Orphans' Chamber for their session: 2 guilders, 8 stivers.
To the clerk (greffier) for registering this document: 2 guilders, 14 stivers.
To the servant/messenger of the Orphans' Chamber: 6 stivers.
For the taking of the oath: 4 stivers.
Foundation Musick's Monument