Multimedia Art Productions

Antwerpse Schepenregister (het register van eigendomsoverdrachten en hypotheken) betreffende een pand aan het Hopland(rechtsboven genoteerd als "Hoplandt").
Het documenteert zwart-op-wit de eigendomsgeschiedenis en de zware financiële lasten (hypotheken/renten) van het huis van
Joan Daniel Dulcken en zijn vrouw Susanna Maria Knoepffell.
Hieronder vindt u de zo nauwkeurig mogelijke, letterlijke transcriptie van de cruciale passages die betrekking hebben op Dulcken. De 18e-eeuwse afkortingen (zoals
modo pppris voor modo proprietarius / "nu eigenaar", sub voor de registrerende schepenen/notarissen, en gils: erff: voor "gulden erfcijns") zijn aangehouden.
Transcriptie van de Dulcken-passages (Pagina 81, Hopland)
De aankoop door Dulcken (1740):
Modo pppris joan daniel dulcken by transport van anna albertina de wilde 21 januy: 1740 sub gerardi B 46 - fol: edd: diesub edd: belast by de voors: propris met vijffenzeven- tigh gils: erff: gel: aen aert albert: de wilde R: G: f 4- sol: edd:
(Vertaling/Betekenis: "Nu eigenaar Johan Daniel Dulcken door overdracht van Anna Albertina de Wilde op 21 januari 1740 [geregistreerd onder schepen] Gerardi... belast door de voornoemde eigenaars met een erfcijns van 75 gulden aan Aert Albert de Wilde...")
De schuldvordering door de schrijnwerker / het geleverde houtwerk (1746):
Rechts in de marge en doorlopend in de tekst staat een cruciale passage over een betalingsgeschil met een schrijnwerker (Stoopen) over geleverd houtwerk voor het huis/de werkplaats:
Desen iuravit is afgedaen (in de linkermarge geschreven) by Michiel Mart: Stoopen 8. augti. 1763 sub J: B: Gerardi
In de hoofdtekst loopt dit door:
Michiel Mart: Stoopen juravit aen desen huyse ten ach- teren ende in gebreke te zijn over gelevert houtwerk ende arbeijts loon de somene van Hondert Seven en Dertigh gils: court: 3. 9bris [november] 1746 sub masquar.
(Vertaling/Betekenis: Michiel Martinus Stoopen heeft onder ede verklaard dat dit huis achterstallig en in gebreke is voor geleverd houtwerk en arbeidsloon tot een som van 137 gulden courant, geregistreerd op 3 november 1746. Dit is pas op 8 augustus 1763 als afgedaan/betaald gemarkeerd.)
De overdracht aan Isabella Eijsetten en de rol van Susanne Maria Knoepffell (1763):
Iets lager op de pagina zien we hoe het pand uiteindelijk overgaat naar Isabella Eijsetten, waarbij Dulckens vrouw expliciet wordt genoemd:
Modo ppe:se Isabella Eijsetten wede: Jacobi Hermans bij transport van Susanna Maria Knoepffell [en daarboven ingevoegd: wede. van J: D: Dulcken] cum suis pro se et q: q: 8. augti. 1763 sub J: B: Gerardi, R: G: f 80 - fol: eod: die Eod: die sub edd: belast by de voors: ppe:se met twee hondert Vyftig gili: erff: aen Balthasar Vracx R: G: f 4- fol: eod: die
(Vertaling/Betekenis: "Nu eigenares Isabella Eijsetten, weduwe van Jacobus Hermans, bij overdracht van Susanna Maria Knoepffell, weduwe van J.D. Dulcken, voor zichzelf en haar mede-erfgenamen op 8 augustus 1763... belast met een erfcijns van 250 gulden aan Balthasar Vracx...")
Wat dit document historisch bewijst voor uw project:

  1. Het Hopland-adres: Dit is het onomstotelijke bewijs dat Dulcken vanaf 21 januari 1740 eigenaar was van dit specifieke pand aan het Hopland.

  2. De werkplaats en verbouwingen: De vordering van schrijnwerker Michiel Martinus Stoopen uit 1746 voor "geleverd houtwerk en arbeidsloon" (137 gulden) wijst zeer sterk op fysieke aanpassingen aan het huis of de werkplaats in die periode.

  3. Dulckens overlijden: In de akte van 8 augustus 1763 wordt Susanna Maria Knoepffell expliciet aangeduid als "wede. [weduwe] van J: D: Dulcken". Dit helpt de tijdlijn van zijn overlijden (rond 1757/1760) en de uiteindelijke afwikkeling van zijn nalatenschap in Antwerpen messcherp te dateren.