
STIFTSKIRCHE ST GOAR - info
De afkomst en jeugd van Susanna Maria Knöpffel - Sankt Goar
Om de wereld waarin Susanna Maria Knöpfel in 1706 opgroeide te begrijpen, moeten we kijken naar het leven en werk van haar vader: Johann Konrad Knöpfel (1662–ca. 1720). Als zoon van een protestantse predikant kreeg Johann Konrad een scherp verstand en een solide netwerk mee. In 1680 schreef hij zich in aan de Universiteit van Marburg, het intellectuele en theologische hart van protestants Hessen. Gewapend met deze academische achtergrond vestigde hij zich in het strategische Rijnstadje Sankt Goar. Hier bouwde hij een indrukwekkende carrière op die hem tot een van de meest invloedrijke burgers van de regio zou maken.

Conrad Knöpfels, Metropolitani zu Milsungen 1651
Een protestantse sleutelfiguur onder katholieke heren
De politieke en religieuze situatie waarin Johann Konrad moest opereren, was hoogst complex. Sankt Goar en de daarboven gelegen, reusachtige burcht Rheinfels waren in theorie protestants gebied. Echter, door een erfenis binnen de vorstenfamilie van Hessen kwam de feitelijke macht in 1693 in handen van een strikt katholieke zijtak: het Huis Hessen-Wanfried. Eerst onder landgraaf Karel (1693–1711) and vanaf 1711 onder diens vrome zoon landgraaf Willem II, regeerden katholieke vorsten over een nagenoeg volledig protestantse bevolking.
Hoewel dit op papier een recept voor een godsdienstoorlog leek, was de praktijk verrassend pragmatisch. Dankzij oude verdragen (zoals de Regensburger Rezeß) waren de rechten en bezittingen van de protestanten wettelijk beschermd. De katholieke landgraven mochten hun geloof uitoefenen in de kasteelkapel op de burcht en in een nieuwe kerk buiten de stadsmuren, maar zij moesten de protestantse burgers met rust laten. Om het gebied stabiel te houden en de belastingen binnen te halen, hadden de katholieke landgraven betrouwbare protestantse bestuurders nodig die het vertrouwen van het volk genoten. Johann Konrad Knöpfel was de perfecte man op de perfecte plaats.
De dubbelrol: Kerkelijke financiën en militaire logistiek
Johann Konrad bekleedde in Sankt Goar een cruciale dubbelrol. Ten eerste was hij de Stift-Kellner (stiftkelner) van de protestantse Stiftskirche. In deze invloedrijke functie beheerde hij de administratie, de uitgestrekte landerijen en de belastinginkomsten van het protestantse kerkkapittel. Dat een katholieke landgraaf als Willem II de controle over deze belangrijke protestantse geldstroom volledig aan Knöpfel overliet, bewijst hoezeer zijn integriteit en zakelijke vakkennis werden gerespecteerd.
Zijn tweede functie droeg nog meer verantwoordelijkheid: Johann Konrad was tevens de Proviant-Commissair (bevoorradingscommissaris) van de burcht Rheinfels. Rheinfels was op dat moment een van de machtigste en belangrijkste militaire vestingen aan de Rijn, gebouwd om de constante dreiging van Franse invasies te weerstaan. Als proviantcommissaris was Knöpfel verantwoordelijk voor de gigantische logistieke operatie binnen het fort. Hij zorgde ervoor dat de militaire voorraden – van graan, vlees en bier tot munitie en buskruit – altijd op peil waren om een maandenlange belegering te kunnen doorstaan. In een tijd van constante oorlogsdreiging was dit een absolute vertrouwenspositie. Landgraaf Willem II wist dat het behoud van zijn strategische burcht letterlijk afhing van de logistieke precisie van zijn protestantse commissaris.


Hessisches Landesarchiv complete files
🇳🇱
Consistoriale zaken nr. 148 C. Originele instructie voor de stiftskellner Knöpfel te St. Goar, 1701–1702.

🇳🇱
Wij, bij de gratie Gods, landgraaf Karel van Hessen (prins van Hersfeld, graaf van Katzenelnbogen, Diez, Ziegenhain, Nidda en Schaumburg), maken bekend dat wij Johann Conrad Knöpfel hebben aangenomen en aangesteld als Stiftskellner bij ons Stift te St. Goar. Hij dient de doorluchtige vorst en heer Karel getrouw, gehoorzaam en dienstbaar te zijn.

🇳🇱
Hij moet schade voor de vorst voorkomen, alle inkomsten van het stift (geld, wijn, graan of andere pachten en rechten) tijdig en nauwkeurig invorderen, registreren en verantwoorden. Hij dient jaarlijks verantwoording af te leggen van de stiftsrekening.

🇳🇱
Hij moet de gebouwen van het stift in goede staat houden, gebreken of schade tijdig melden en laten herstellen. Hij mag niet toelaten dat rechten of inkomsten van het stift verloren gaan of misbruikt worden. Hij heeft dit alles met een lijfelijke eed beloofd en een schuldbekentenis/reversbrief getekend. In ruil daarvoor zal hij een jaarlijks salaris/traktement ontvangen.

🇳🇱
(Papier-op-wassiegel op de onderzijde van het document)
Zolang hij stiftskellner te St. Goar is, ontvangt hij als jaarlijks traktement uit de opbrengsten van het stift: 5 rijksdaalders in geld, 6 malter koren, 3 malter gerst, 1 sommer erwten, evenveel wijn als een schoolmeester krijgt, brood- en was-deputaten, brandhout/kolen, enz., die hij naar gebruik moet delen/afrekenen met de superintendent en inspecteurs.
Oorkondelijk vastgesteld en voorzien van het secretariszegel van het Consistorie. Gegeven te Kassel, 1 januari 1701.

🇳🇱
Aanvulling (Rescript van 31 juli 1702):
Nader besluit waarbij het traktement van Johann Conrad Knöpfel wordt gelijkgesteld aan dat van zijn voorganger, Johann Peter Treiber. Hierin worden extra natura-uitkeringen (extra malter koren, tarwe ter vervanging van prebendewijn, alsmede vergoedingen voor gevogelte/ganzen en scheepstol in geld) nader gespecificeerd en bevestigd ten overstaan van het consistorie en de overige stiftsdienders in St. Goar.

🇳🇱
Aan hem, als de huidige Stiftskellner, moeten deze 3 sechster-malter koren en 3 malter gerst (ter vervanging van de prebendewijn), samen met een fuder koren (of de geldelijke vergoeding daarvan), alsmede de 20 rijksdaalders voor het tolrecht/de scheepvaart, retroactief vanaf januari van het voorgaande jaar 1701 worden toegekend, uitgekeerd en goedgekeurd.
Ten bewijze hiervan is deze brief opgemaakt en voorzien van het geheimzegel van het vorstelijk Consistorie.
Gegeven te Kassel, 4 juli 1702.
Stabiliteit in een gerespecteerd gezin
Terwijl Johann Konrad dagelijks laveerde tussen de belangen van de protestantse burgerij beneden in de stad en het katholieke hof boven op de burcht, bouwde hij aan zijn eigen gezinsleven. Op 29 april 1695 trouwde hij in de Stiftskirche met Regina Magdalena Dirx (een dochter uit een solide, lokaal-regionaal protestants milieu).
In dit welgestelde, hoogopgeleide en gerespecteerde gezin van de stiftkelner werd op 11 september 1706 hun dochter Susanna Maria Knöpfel gedoopt. Zij groeide op in een wereld waar cultuur, religieuze tolerantie, bestuurlijke verantwoordelijkheid en muziek hand in hand gingen. Het was deze specifieke, intellectuele protestantse opvoeding onder de rook van burcht Rheinfels die de basis legde voor haar latere leven en haar huwelijk in 1733 met de begaafde domineeszoon en klavecimbelbouwer Johann Daniel Dulcken.
Conrad Knöpfel, geboren in Wolfershausen in 1662, ingeschreven aan de universiteit van Marburg in 1680, werd provisiecommissaris in het Hessische fort Rheinfels bij St. Goar.
Conrad Knöpfel trouwde Regina Magdalena Dirx op 29. April 1695. Conrad Knöpfel stierf voor 1721.

Den 7. April. sind zum ersten mal proclamirt worden, Herr Jo- han Conrad Knöpfel, Proviant=Meister, Herrn Conrad Knöpfels, Metropolitani zu Milsungen, ehelicher Sohn; und Jgfr. Regina Magdalena, Herrn Dieterich Diepers, Rath= gängers eheleibliche Tochter. Den 29. April. copulati. Den 16. Jun. sind zum ersten mal proclamirt.
Op 7 april zijn voor de eerste keer afgekondigd: Heer Johan Conrad Knöpfel, proviandmeester, wettige zoon van de heer Conrad Knöpfel, metropolitan (hoofdpredikant) te Melsungen; en jongedochter Regina Magdalena, wettige dochter van de heer Dieterich Dieper, raadslid. Op 29 april zijn zij in de echt verbonden.

Taufeintrag Susanna Maria Knöpfel - transcriptie Dr. Johannes Burkardt
Complete
Den 11 t[en] [Novem]bris wurde Don[n]erstag Nachmittags zwisch[en] 12 u[nd] 1 Uhren
nach gehaltener
Beth=Stunde in öffentl[icher] Versam[m]lung getaufft Susanna Maria,
H[errn] Johann Conrad Knöpffels, Proviant-Com[m]issarii u[nd] Stiffts=
Kellners allhier Töchterlein. Gevattern waren Herr Oswald
Wollff, Nachgänger am hiesigen Hoch=Fürstl[ichen] Gesam[m]t-Rhein=
Zoll, u[nd] Fr[au] Maria Barbara, H[errn] Samuel Kellers, Stadt=
Lieutenants allhier ehel[iche] Hauß-Frau, wie auch H[errn] Pfarrers Geissel
Fr[au] Eheliebste von Wollroda
des H[errn] Vatters Schwester.*
* Die letzten 12 Wörter mit blasserer Tinte später nachgetragen.
Historische reconstructie: De leefomgeving en maatschappelijke transitie van Susanna Knöpffel
Inleiding
De jeugd van Susanna Knöpffel speelde zich af binnen de administratieve en religieuze kern van Sankt Goar. Haar vader, Johann Conrad Knöpffel, bekleedde twee invloedrijke overheidsposten: Stift-Kellner (hoofdbeheerder) van het kapittel en Proviant-Commissair op de burcht Rheinfels. Hierdoor behoorde het gezin tot de lokale bestuurlijke elite.
Huisvesting en de Stiftskellerei
Als hoofdbeheerder was haar vader verantwoordelijk voor de belastinginning, de pachtopbrengsten en het vastgoed van de kerk. De officiële dienstwoning en het kantoor (de Stiftskellerei) bevonden zich direct op het complex. Op historische kaarten is te zien dat het gezin woonde in de direct aan de kerk grenzende gebouwen, aangeduid als het Clofter (Klooster) of de Aptey (Abdij). Dit was geen rustig privémilieu, maar een functioneel administratief centrum. Er was een constante stroom van boeren, handelaren en ambtenaren die belasting in natura (zoals wijn en graan) kwamen afdragen.
Logistiek en infrastructuur rond het huis
Het dagelijks leven van het gezin werd logistiek bepaald door de omliggende infrastructuur. Aan de noordzijde vormde de Obere-Straße de belangrijkste verkeersader door de stad voor transport en reizigers. De Heiligen Gasse aan de westkant begrensde het kloostercomplex en bood een directe, rustigere route richting de markt en het Rathhauss (Stadhuis) in de benedenstad. De Wacher (de stadsbeek) liep direct langs de abdij en diende voor de watervoorziening en afwatering van het complex.
Religieuze en maatschappelijke verplichtingen
De Grose Kirch. (de protestantse Evangelische Stiftskirche) stond centraal in het openbare leven van het gezin. Vanwege de hoge maatschappelijke status van haar vader had de familie een vaste, gerespecteerde plaats in het schip van de kerk. Zij waren aanwezig bij alle officiële protestantse kerkdiensten en ceremoniën. De wekelijkse gang naar de kerk bepaalde de sociale contacten van Susanna binnen de hogere burgerij van Sankt Goar.
De relatie met de burcht Rheinfels
Hoewel de administratieve basis van het gezin in de benedenstad lag, was er een directe functionele lijn met de militaire top. De Alte Burg en de hoger gelegen vesting Rheinfels waren de plekken waar haar vader de militaire voorraden beheerde. Dit betekende dat de familie Knöpffel nauwe banden onderhield met zowel de kerkelijke als de militaire autoriteiten van het graafschap Hessen-Kassel. Binnen dit strikt georganiseerde, bestuurlijke netwerk groeide Susanna op.
Sociaal-politieke verschuivingen en de transitie na de dood van Johann Conrad Knöpffel
De gezinssituatie onderging een ingrijpende verandering na het overlijden van Johann Conrad Knöpffel vóór het jaar 1721. Zijn dood liet niet alleen een persoonlijk vacuüm achter, maar betekende hoogstwaarschijnlijk ook het verlies van de officiële dienstwoning binnen het administratieve kloostercomplex.
Deze familiale omslag viel bovendien samen met grotere geopolitieke en religieuze spanningen in de regio. Hoewel Sankt Goar van oudsher een protestants-gereformeerd bolwerk was, kwam de lokale administratie onder toenemende druk te staan door het aantreden van het katholieke gezag binnen het Huis Hessen-Rheinfels-Rotenburg. Deze centraliserende en contrareformatorische invloed culmineerde in ingrijpende bestuurlijke hervormingen die tot 1731 aanhielden. Het verlies van hun beschermheer, in combinatie met deze oprukkende katholieke invloed op het beheer van de kerkelijke goederen, veranderde de maatschappelijke positie van de protestantse elite ter plaatse ingrijpend. Deze toegenomen sociaal-religieuze druk vormt een cruciale context voor het huwelijk van dochter Susanna Maria Knöpffel in 1733 in deze zelfde Grose Kirch. met de klavecimbelbouwer Joannes Daniël Dulcken en haar daaropvolgende vertrek uit Sankt Goar.


Heiratseintrag Johann Daniel Dülcken und Susanna Maria Knüpfelin transcriptie Dr. Johannes Burkardt
Compleet
17. [Decem]ber * Sindt H[er]r Johann Daniel Dülcken, Kauff- u[nd] Handels=mann,
H[errn] Pfarrers Dül=
ckens zu Winches=hausen (sic!) in der Graffschafft Berlenburg
Ehel[icher] Sohn, u[nd] J[ung]fer
Susanna Maria Knüpfelin, des weyland H[errn] Johann Conrad Knüpfels
gewesenen proviant=Com[m]issarii u[nd] Stiffts=Kellers allhie,
nachgelasene Ehel[iche]
Tochter, copuliret u[nd] den 23 t[en] augusti hui[us] anni zum
I stenmal p[ro]clamiret word[en].
* Darunter Eintrag mit blasserer Tinte, aber von gleicher Hand: „16. hui[us] de infra. N[ota] B[ene].“
Getrouwd in Verboden Tijd: Het Haastige Adventshuwelijk van Clavecimbelbouwer Johannes Daniel Dulcken onder Burcht Rheinfels
SANKT GOAR – Op 17 december 1733 klonken in de Stiftskirche van Sankt Goar de huwelijksgeloften van de jonge, talentvolle clavecimbelbouwer Johannes Daniel Dulcken en zijn bruid Susanne Maria Knöpfel. Het was een koude winterdag, midden in de Advent. Dat er op deze datum überhaupt getrouwd werd, was een absolute zeldzaamheid én een daad van pure noodzaak. De protestantse kerk hanteerde destijds streng het Tempore Vetito: een absoluut verbod om te trouwen in de bezinningsperiode voor Kerst. Maar het jonge paar had geen tijd te verliezen. Hoog boven de kerk torende hun vroegere thuis, de machtige Burcht Rheinfels, die hen kort tevoren hardhandig was afgenomen door een katholieke bezetter.
Een gestolen jeugd op een protestants bolwerk
Om de immense druk achter dit haastige huwelijk te begrijpen, moeten we kijken naar de geschiedenis van de burcht en de jeugd van de bruid. Susanne Maria Knöpfel werd in 1706 geboren op Burcht Rheinfels. In die dagen was deze kolossale vesting langs de Rijn een onwankelbaar protestants bolwerk. Sinds de Reformatie in 1528 zwaaide de calvinistische hoofdtak van het Landgraafschap Hessen-Kassel er trots de scepter.
Susannes vader, Johann Conrad Knöpfel, was als Proviant-Commissair en Stift-Kellner de hoogste protestantse beheerder van de burchtvoorraden. Susanne groeide op in de veilige, geprivilegieerde beslotenheid van deze protestantse kazerne-stad.
Aan die protestantse idylle kwam echter abrupt een einde toen haar vader vóór 1721 overleed en de burcht kort daarna door een bittere adellijke opvolgingstrijd in handen viel van de katholieke zijtak Hessen-Wanfried. Toen de vrome katholieke landgraaf Christian van Hessen-Wanfried-Rheinfels in 1731 met zijn troepen de burcht introk, veranderde Susannes vroegere thuis plotseling in een vijandelijk, katholiek eiland. De protestantse ambtenaren werden verdreven. De burcht was de wezen Knöpfel letterlijk afgenomen.

Het huis waarin Johannes Daniel Dulcken zijn jeugd doorgebracht heeft te Wingeshausen en waarin het clavecimbel uit bovenstaande advertentie gebouwd is.
"Ten Sterfhuyze van d'Heer Joseph de Jonghe, overleden Bailliu binnen de Stad van Dixmuyde, is er te koopen uyt'er hand eene zeer schoone Clavecine gemaekt door J. D. DULCKEN in het jaer 1723, lang acht voeten, bestaende in dry Registers, te weten: twee Unisons, ende eene Octave; zynde van onder tot boven zeer sterk ende aengenaem, het Clawier is van vyf volle Octaven, beginnende van onder met Fa, ende eyndigende boven met den zelven Toon, het Clawier is ook konstig ende kostelyk, de platte Тооnеn zwart, ende de Deesen met de Bemols wit, de Kasse, gereserveert de Tafel om de resonnantie niet te beletten, zeer schoon geschilderd ende verguld, met eene Schilderye in het Deksel om de Tafel te conserveren voor alle nattigheyd. Item aldaer noch te koopen een goed en wel geconditioneerd Orgelken, zeer bequaem om in eene kleyne Kerke, ofte in een Concert. Die пае de zelve twee musicale Instrumenten gadinge hebben, konnen hun adresseren aen d'Heer Antbone Peellaert, Oud-Schepenen tot het voorzeyd Dixmuyde." Gazette van Gend, Waerschouwingen, 31/01/1771

Mannus Riedesel (1662–1726)
De pastorie van Riedesel, links de Radebach
fotograaf Grobbel Fredeburg 1913 & fotograaf Albert Ludorff 1894
De vlucht in het Tempore Vetito
Toen Susanne in 1733 de liefde vond bij de protestantse clavecimbelbouwer Johannes Daniel Dulcken (de zoon van een predikant), was de situatie in het Rijndal onhoudbaar geworden. Met een katholieke landgraaf op de burcht die de protestantse stad Sankt Goar wegdrukte, en met de constante dreiging van naderende Franse troepen, was er sprake van acute paniek.
Wachten tot het voorjaar was geen optie, maar de kalender werkte tegen hen. De kerk hanteerde al sinds de middeleeuwen het Tempore Vetito (de 'verboden tijd'). Omdat de advent van oorsprong een periode van strenge spirituele soberheid, inkeer en vasten was, waren uitbundige feesten en huwelijken destijds bij wet ten strengste verboden. Zelfs na de Reformatie hielden protestantse kerken vast aan deze strikte rustperiode.
Het paar vroeg — en kreeg wegens de crisis — een zeldzame kerkelijke dispensatie (vrijstelling) om deze dwingende wet te omzeilen. Zonder de gebruikelijke, wekenlange openbare huwelijksafkondigingen gaven zij elkaar haastig het jawoord.
Terwijl zij beneden de calvinistische psalmgezangen aanhieven, konden ze boven op de Rheinfels de katholieke burchtwachten zien lopen. Het huwelijk was geen groots feest, maar een strategische vlucht naar voren.
De escalatie van de Poolse Successieoorlog in 1734 maakte van het Rijndal een onhoudbare vuurhaard. Hoewel het landgraafschap Hessen-Kassel de controle over Burg Rheinfels wist te consolideren, zorgden de Franse troepenbewegingen onder bevelhebber Kleinholz en de val van de nabijgelegen vesting Philippsburg voor constante militaire dreiging en economische verlamming in St. Goar. Voor een pasgetrouwd echtpaar uit de ambtelijke en koopmanselite was dit onveilige grensgebied geen gezonde basis voor de toekomst. Hun keuze viel daarom op Maastricht. Als een van de belangrijkste en best verdedigde garnizoenssteden van de Staatse Republiek bood Maastricht de perfecte veilige haven. De stad lag strategisch buiten het directe Rijnlandse oorlogstheater, maar was via de Maas uitstekend verbonden met internationale handelsroutes. Om te overleven sloten de families een strategisch 'ketenhuwelijk': Johannes Daniels oudere broer, Johan Christian Dülcken, trouwde met Susannes zus, Anna Christiana Knöpfel.

De families leefden pal naast elkaar en vormden een hecht front in hun huis en winkel "Het Gulde Cruijs" aan de Munt.
Ondanks de hulp van ongetrouwde zussen zoals Regina Magdalena Knöpfel, raakte Johannes Daniel in diepe financiële problemen. De situatie escaleerde toen hij in 1737 een astronomisch bedrag van 600 gulden leende van de weduwe van de Maastrichtse burgemeester Hesselt van Dinter. Omdat zijn inkomsten in Maastricht ontoereikend waren om dit fortuin af te betalen, trok Johannes Daniel rond de jaarwisseling van 1737/1738 met zijn gezin naar Antwerpen om daar zijn geluk te beproeven.
Hoewel de Maastrichtse magistraat aanvankelijk een curator aanstelde over zijn achtergelaten goederen, toonde Johannes Daniel in Antwerpen zijn ware integriteit. Zijn sublieme instrumenten vonden gretig aftrek. Telkens ontvangen ze brieven van de curator in Maastricht en elke keer moet Daniël deze weer beantwoorden. Dit duurt tot midden 1740. Hoe de schuld is afgelost is niet duidelijk. Zijn herwonnen rijkdom en succes werden definitief bezegeld toen hij op 21 januari 1746 drie aanpalende huizen kocht in het Antwerpse Hopland, waar hij zijn wereldberoemde atelier vestigde en uitgroeide tot een gezien burger van de stad.


MAASTRICHT


Antwerpen
De familie Dulcken voegt zich in 1740 in Antwerpen bij een kleine Gereformeerde Kerk, de Olijfberg, waar Johannes Diepelius voorganger is. In die Rooms-Katholieke omgeving vormt de kerkgemeenschap ’een kerk onder het kruis’ en wordt gedoogd wanneer ze geen aanstoot geven. Dit betekent dat de kleine gemeente op zondagmorgen vaak bijeenkomt bij een van de leden thuis. In de kerk wordt Daniël in 1744 door ds. Diepelius tot ouderling benoemd en geeft daarmee leiding aan het kerkelijk gebeuren, maar tussen de dominee en Daniel botert het niet. Op 26 januari 1740 wordt hun dochter Maria Sofia geboren, op 10 september 1742 hun zoon Joannes.
Waarschijnlijk zijn ze hun schulden snel te bovengekomen. Er zijn aanwijzingen dat dit gebeurt met behulp van de Magistraat die de klavecimbelmaker met zijn unieke klavecimbels als een goede aanvulling ziet voor het bedrijfsleven in Antwerpen. Hij wordt in 1742 lid van het St.-Lucasgilde en krijgt het burgerschap van Antwerpen. Zijn vrouw Susanne verkoopt glaswerk voor een glasblazerij in Ykenvliet. (Advertentie 5 Meert 1756 & 14 Meert 1758)
In 1743 verkoopt hij een klavecimbel aan de aartsbisschop van Cambrai in Frankrijk. Ze verhuizen op 21 jan.1746 naar Hopland. In dezelfde straat koopt hij later drie huizen. Johannes Daniël Dulcken is een gezien persoon in Antwerpen. Het atelier is gevestigd in Hopland, niet ver van de Jodestraat waar Ruckers eens werkte.



Tijdens de jaarwisseling van 1749 vaart hij met twee klavecimbels naar Londen en verkoopt ze daar voor 50 sterling.
Verthoont reverentelijck Jan daniel Dulcken, ingesetenen deser stad hoe hij ten verleden jaer 1749 is afgevaren van Ostende naar Londen in Engeland bij zigh hebbende twee clavesimbels uit het maken van welcke hij sigh binnen dese Stadt is geneirende. Dat de vertoonder in geselschap met Walter Schot , woonende binnen deze Stadt van het voorseijt Ostende is afgevaren….. Dat de voorn. Walter Schot op 15 janry 1750 onder onden stick de voorl. twee stucken clavesingers van de verhoorder heeft gecoght voor de somme van vijfftigh pond sterlinghs. (A.S.A. PK 841, Rekwestboek 1750, folio 50 -55.)
Klavecimbels
Dulcken maakt klavecimbels met enkele en dubbele manualen die vaak een bereik hebben van vijf octaven en drie registers: twee 8' en één 4'. Het klankblad decoreert hij met bloemen en zijn initialen kerft hij in de roos. Ongeveer tien klavecimbels van zijn hand zijn overgeleverd.
Daniel is regelmatig ziek. Op 26 augustus 1751 maken Daniël en een zieke Susanne in hun huis in het Hopland een testament. Hun dochter Johanna Henriette krijgt een diamanten kruis met twaalf stenen, Johannes Lodewijk krijgt hun trouwring. Alle roerende en onroerende goederen worden aan de langstlevende nagelaten. In 1752 ontvangt hij bericht dat zijn vader is overleden.
Op 23 mei 1756 trouwt hun oudste zoon Johannes Lodewijk in Amsterdam met Catharina Koning waar hij in een werkplaats bij het Kathuysers Kerkhof klavecimbels maakt en verkoopt.
Op 23 februari 1757 laat de zieke Daniël aan zijn testament een bijlage toevoegen waarin wordt vastgelegd dat hij na zijn dood de gereedschappen en instrumenten die nodig zijn om klavecimbels en orgels te maken, niet aan de langstlevende, maar aan zijn zoon Joannes Dulcken nalaat. Joannes moet zijn jongste zuster Joanna Elisabeth (3 februari 1747) onderhouden. Twee weken later, op de tweede paasdag, 11 april, overlijdt Daniël, Joannes is dan 14 jaar oud. Daniel wordt begraven op de begraafplaats Putte

Joannes Daniel Dulcken 1745 - Kunsthistorisches Museum Wien, Sammlung alter Musikinstrumente, 726
Carolus Bigée: Schilder van syne Conste
MIM – Brussels: Johannes Daniel Dulcken harpsichord with painting by Carolus Bigée

Herman Saftleven/Carolus Bigée
🇳🇱 Het Geheim achter het Klavecimbeldeksel: Van Herman Saftlevens Rijnreisen naar de Dulcken-Dynastie

Brussel
Weduwe Dulcken en haar zoon Joannes zetten het bedrijf voort, maar in Antwerpen lopen de zaken slecht. Suzanne verkoopt ook nog glaswerk. In april 1763 besluiten ze naar Brussel te verhuizen. Daar verkopen ze nu al instrumenten, maar het vervoer ernaartoe is kostbaar en vergt veel tijd. Weduwe Dulcken vraagt de Magistraat van Brussel of ze in Brussel dezelfde rechten kunnen krijgen als in Antwerpen: het burgerschap en vrijstelling van een viertal belastingen. Ze krijgt een negatief antwoord. Brussel kent deze privileges niet en wil geen uitzondering maken voor iemand van buitenaf ook al zegt deze dat ze unieke instrumenten maakt. Tevens betwijfelen ze of de familie Dulcken wel de rechten heeft die ze zeggen te hebben. Susanne Dulcken heeft aangegeven dat de klavecimbels die ze maken de beste zijn die er in de Nederlanden gemaakt worden en dat ze bij de meeste concerten gebruikt worden. Ondanks deze negatieve reactie besluiten ze het huis en bedrijf in Hopland te verkopen en naar Brussel te verhuizen.
Ondertussen is de oudste dochter, Joanna Henriëtta Dulcken getrouwd met Johann Hermann Faber, een bekende schilder.
In Brussel lopen de zaken niet zoals gewenst. Er wordt te weinig verkocht waardoor de winkel vol instrumenten blijft. Susanne Dulcken besluit om instrumenten te gaan verkopen in de steden rond Brussel en dient daarom een verzoek in om vrijgesteld te worden van plaatselijke belastingen, om ”haar niet in broodschaarste te laten”. Ze krijgt inderdaad de vrijstelling van de Staten van Brabant om in Antwerpen, Leuven en omringende plaatsen haar instrumenten te mogen verkopen.
Faillissement - Hasselt - Epe - Heerde
Helaas levert de handel in Brabant ook te weinig op. Tussen 1765 en 1768 gaat het mis en uiteindelijk wordt besloten om het bedrijf op te doeken. Joannes vinden we in 1771 terug in Amsterdam en Susanna gaat naar Hasselt (Overijssel) waar haar oudste zoon Johannes Lodewijk een zaak heeft.
Susanne wordt in augustus 1769 lid van de Gereformeerde Kerk in Hasselt en gaat bij haar zoon in een statig herenhuis in de Nieuwstraat wonen. In 1776 wanneer haar zoon en gezin naar Antwerpen vertrekken blijft ze achter in een klein huurhuisje. Wanneer ze ondersteuning van de diaconie vraagt, wordt ze als ongewenst vreemdeling de stad uitgezet en verhuist in 1778 (18 april) naar Epe. In 1784 vertrekt ze naar Heerde waar ze op 12 juni 1789 overlijdt.
1.
Heirat von Conrad Knöpfel und Regina Magdalena Dirx am 29. April 1695 (KB 149/1, S. 255);
2.
Taufe von Dietrich Conrad Knöpffel am 9. Februar 1696 (KB 149/1, S. 105);
3.
Taufe von Maria Sophia Christiana Knöpfel am 9. November 1697 (KB 149/1, S. 116);
4.
Taufe von Anna Margaretha Elisabeth Knöpffel am 24. September 1699 (KB 149/1, S. 125);
5.
Taufe der am 18. April 1701 geborenen Anna Getrud Henriette Knöpfel (KB 149/1, S. 130);
6.
Taufe von Johann Christian Ludwig Knöpffel am 21. Juni 1703 (KB 149/1, S. 137);
7.
Taufe von Johann Henrich Werner Knöpffel am 23. Dezember 1704 (KB 149/1, S. 142);
8.
Taufe der am 16. Mai 1709 geborenen Anna Christina Dorothea Knöpfel (KB 149/1, S. 158);
9.
Taufe der am 28. Februar 1711 geborenen Maria Elisabeth Knöpffel (KB 149/1, S. 162);
10.
Taufe von Johann Ludwig Knöpffel am 29. Dezember 1712 (KB 149/1, S. 168);
11.
Taufe des am 22. November 1714 geborenen Johann Wollrath Knöpfel (KB 149/1, S. 177).


signed and dated lower left: J Horemans 1764 on the floor
Links - Het doorslaggevende bewijs: Pantalone dringt de salon binnen
Pantalone & Scapino
Left - The Smoking Gun: Pantalone Invades the Salon
Klavecimbelbouw en Komedie: De Commedia dell’arte en de Migratie van de Familie Dulcken (1764)

signed and dated lower left: J Horemans 1764 on the floor
De familie Dulcken en de Protestantse kerk in Brussel
Foundation Musick's Monument