Multimedia Art Productions

AABAE5DA-260D-44B3-8FA9-B715DAECA366_1_102_a
CORNELIA COTERMANS
86B7E2BA-2A73-412B-9FA8-E2B225051E4A_1_102_a
DA196F52-0664-47F7-B2B0-AF27586047F7
61204F26-0A81-4089-961D-02976C2AABC5_1_201_a
MARIA COTERMANS
D67DA3E2-99B0-48C8-8592-27A5DF86DFB6_1_102_o



Cornelia Cotermans
(ca. 1610 – ca. 1680) was een lid van een welgestelde koopmansfamilie in het 17e-eeuwse Dordrecht. Ze is vooral bekend via historische bronnen en notariële akten die haar betrokkenheid bij de handel en het vastgoed van haar familie beschrijven. 

Biografie en Familie 
Cornelia was de dochter van Thomas Jacobsz. Cotermans, een prominente lakenkoper en koopman, en Maria Matthijsdr. Haar familie speelde een actieve rol in de Dordtse economie; haar vader bezat diverse panden, waaronder het huis "Het Cleverblat" in het Steegoversloot. 
Huwelijk: Ze trouwde op 31 december 1651 met Willem Leendertsz. de Voocht, een beenhakker (slager) uit Dordrecht.
Tweede huwelijk: Later bronnen vermelden haar als de weduwe van Anthonij van den Broeck.
Kinderen: Uit haar eerste huwelijk met Willem de Voocht had zij kinderen, waaronder Thomas en Maria de Voocht. 

De Voogd
I. Willem Leendertsz. de Voocht, jongman van het Zuidland wonende bij de Munt (1638), beenhakker, trouwde NG Dordrecht 28 febr./ 21 mrt. 1638 (procl. in Zuidland) Cornelia Cotermans Thomasdr., geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Lombardbrug (1638), dochter van Thomas Jacobsz. Cotermans en NN (zie Doopsgezinde Huwelijken op deze website)
ORA Dordrecht inv. 1608, f. 122: op 25 sept. 1640 verkopen Abraham Teerlinck, als man van Maria Cotermans Thomasdr., en Willem Leendertsz. de Voocht beenhakker, als man van Cornelia Cotermans Thomasdr., beiden burgers van Dordrecht, en Abraham Teerlinck nog als procuratie hebbende van Judith Cotermans, weduwe van mr. Henrick Meurs, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Backman te Amsterdam op 8 aug. 1640, samen kinderen en erfgenamen van Thomas Jacobsz. Cotermans, aan Arnoult van Ravesteijn, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Maximiliaen Milanen en Anthonijs Dionijsz. Kelck. Waarborgen: Willem van Oversteech, raad in wette, en Joris Teerling, burger van Dordrecht.


69 Juffrouw Anna Clara Cemp] weduwe van Jacobus van den Broeck geassisteerd met Mr Johan van Rijmsdijck der rechten licentiaet in deze haar gecoren momboir , als moeder van haar 2 kinderen met name Maria Anna en Jacobus Anthonij van den Broeck verwekt bij voorgemelte heer Van den Broeck, mitsgaders Mr Egbert van der Geest advocaat fiscaal des stad van Ravenstein als aangestelde voogd van sHeeren wege van de voorschreven 2 onmundige en als erfgenamen van de voorschreven Anthonij van den Broeck, alsmede Johannes Crebbers wettige momboir aangesteld van Sheeren wege over de onmundige dochter van Wolffganck van Cloben en Cornelia Cotermans geinstitueerde erfgenamen bij testament van juffrouw Cornelia Cotermans zaliger in haar leven huisvrouw van Anthonij van den Broeck zaliger. Item jonker Ludolph van Eidaij en de heer advocaat Meijer in qualiteit als als volmachtigers en directeurs van de nagelaten goederen van de voorschreven Cornelia Cotermans, met consent van Ludolph van Steenhuijs als overmomboir alsmede uit craghte van octrooi gegeven bij Hermers Wilhelm vice drossaard van Ravenstein dd 7 september 1675 ons schepenen gebleken. Hebben gevest Aertz Lambert en Elisabeth van Rijmsdijck e.l. mitsgaders aan Thijs Aertz en zijn erven alzulke landerijen van erfgronden als Anna Kerstens weduwe van Guilliam van Osch waltgraaf van het land van Cuijk en als gemachtigde van haar kinderen bij cessie aan Anthonij van den Broeck en juffrouw Cornelia Cotermans e.l zaliger dd 3 mei 1673 voor het gericht van Gassel heeft overgegeven in hooge en leege,in diepen en drogen, gelijk de voornoemde waltgraaf zijn huisvrouw en kinderen deze onder deze gerichte hebben gepossideert en bezeten, mitsgaders geven de voorschreven comparanten qualitate qua over ende cederen van alzulke recht en eigendom als de voornoemde comparanten uit kracht van de boedel van Anthonij van den Broeck en Cornelia Cotermans zaliger op Guilliam van Osch en zijn huisvrouw voorschreven te pretenderen hadden.

7040-492-119
7040-492-118
7040-492-117
7040-492-120